Doorgang

Het lichaam kraakt, aangedaan
door de loop van het leven
de geest zucht, om dezelfde reden
IJzer breekt men niet met handen
en als ijs gebroken is
staat men liever op vaste grond
Wachtend ben ik nergens meer
dan een wachter, terstond
draag ik mijn hart met hartzeer
dat klopt nog aan één stuk door
‘k nog immer tot de levenden behoor.

 
 
 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *