Een lesje slachtwerk

Lig ik daar met mijn rug op de grond. Ik bevind me in het voorportaal van het grote huis, het huis van de baas. Tenminste, van diegene van wie ik altijd dacht, dat die de baas was. Een arm als een dijbeen oefent druk uit op mijn nek. Ik kan nog net de trap in de verte zien, waarop halverwege mijn veronderstelde baas dit tafereel gadeslaat en dan niet als The Man in Charge, maar ook verstijfd. Misschien moet hem een lesje worden geleerd.

“De enige reden, waarom je nog leeft, is omdat je nog geen antwoord hebt gegeven op mijn vraag.”
De gedistingeerde mannetjesputter, die me bij de kladden heeft, had me even eerder gevraagd waar Jean was, de baas, die niet de baas bleek te zijn. Een dwaze vraag, want deze meneer had ‘m zonet zelf op de trap naar beneden zien komen.

O ja, in zijn andere hand, de hand van de arm die hij niet gebruikt om mij zo nodig de adem te benemen, in die vrije hand houdt hij een klein mes. Maar dat kleine, dat kan ook een vertekend beeld zijn door de knoest van een vuist waarmee het wordt vastgehouden. Dat mes is totaal niet geschikt om mee te steken. Het blad is zo’n beetje rond als een maansikkel. En vlijmscherp. En een heel vervaarlijke punt. Wel prima geschikt om snijwonden mee te maken en onder koorden en dergelijke te steken en die dan, nou ja, door te snijden. Dat mes speelt wat met mij. Het kietelt.

En natuurlijk antwoord ik.  “Hij staat daar toch?” Om meteen te denken: “Fuck, nu ben ik er geweest.” Of zoiets. In ieder geval voel ik hoe dat mesje meer druk uitoefent op mijn borstbeen… Met dat gevoel word ik wakker.  Ik had gewoon niets moeten zeggen.

 
 
 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.