Mis

Dit moment, er is geen tweede van
Ik zou er wat voor geven
om het samen te beleven
niet zoals dit, dat het bij woorden blijft
Ik zou er wat voor geven
je warmte te voelen
je adem op mijn huid
je buik tegen de mijne
je handen in de holte van mijn rug
je tong die smaakt naar meer
met ogen dicht
en dat je mijn hart voelde kloppen.

 
 
 

Rozengeur en doorns

Lief, ik blijf je trouw
Alleen de vorm laat zich raden
De tijd leert met schande en met schade
van de kermis bekomt men kou

Ik heb je in mijn hart gesloten
Knap is zij die je er uit weet te stoten.

 
 
 

Weerhaken

Zinnen rijgen zich aaneen.
O ja?
Ik alle woorden meen
alsof ze de laatste zijn voor mijn verscheide’
Kom nou toch.
Echte liefde, daar komt niets tussenbeide
Serieus?
En geloof verzet bergen
Mij niet heus.

 
 
 

De wereld vergeten

Nog kort geleden legde je je hoofd
op mijn kussen neer
en lag ik naast je, lag ik
te kijken in jouw ogen
naar hoe jouw oren staan
hoe jouw mond zich welft
en ik voelde je neus en mijn vingers
streken door je haar

nog kort geleden we kussen deelden
en we ons een moment verbeeldden
dat de wereld bij ons ophield.

 
 
 

Nakend

Met ogen dicht laat ik mijn mond
met mijn lippen, met mijn tong
streel ik de contouren van je leven
met mijn tanden bijt ik zachtjes
om het te zoeten met een kus
jouw zweten mijn genot
jouw zwaarte tilt mij op
mijn vingers, mijn nagels krassen
mijn armen en benen blind tasten
je te omvatten, dat jij me vasthoudt
de ruimte tussen ons verdwijnt
in schokken mijn lid
zich laat leiden in jouw schoot
en laat ik met een stoot
mijn wanhoop varen
en geef ik mijn liefde prijs
ben ik weg om terug te keren
rusten we dichter dan tevoren
met ogen open en een kus
zoals die niet eerder was
mijn handen weer woelen door je haar.

 
 
 

Middernachtdroom

Zal ik een paar woorden schrijven
zo midden in de nacht
wij ver van elkaar verblijven

Denk ik je bij me
jouw lippen streel
je kussen steel
mijn tong jouw mond
verkent, de warmte komt
als ik je tepels kus en zuig
als ik jouw hand voel
die naar mij tast
opnieuw verrast
klem mijn benen om je heen
op het punt van binnendringen
nog vaster houden we elkaar
en gaan we dieper, dieper.

 

Verroest

Nee, het is niet allemaal lief wat de klok slaat
Soms gaat het carillon te barsten
na enkele klanken, hoe welluidend ook
Nee, voor ons geen tropenjaren in ’t verschiet
De lucht, de tijd, de plaats, de roest.

 
 
 

In de kiem gesmoord

Net toen de liefde voorzichtig was ontloken
zij werd gebroken
onder het gewicht van de werkelijkheid
bleek er onvoldoende tijd

De stemming is dus navenant
weg, weg van ’t nooit beloofde land.

 
 
 

Beminde

De muziek en de wijn
ze maken los wat vast zat
Elke slok maakt minder klein
Herinner ik me weer wat ik vergat

Mis alleen nog de warmte
waar ik op teer.

 
 
 

Kortsluiting

Als de zandman aanklopt
Mijn hart op slot blijft
Als woorden van mij afglijden
Mijn denken stil staat
Als de stenen zich opstapelen
Mijn ziel zwaar
Langzaam droog ik uit
Wachtend op vuur
Om in vlammen te ontsteken
Nog één keer licht.