Gestrikt

Tot vervelens toe staan we weer op
Elke dag maar weer dat frisse moeten
Teveel om op te noemen bij de vleet
Ook hoogtepunten in routine gekleed

Een ritsje hier, een knoopje daar
tegen de kou, voor norm of plezier
Deuren openen dan wel dicht doen
gedachteloos, wringt er geen schoen

 
 
 

fluitsignaal

Vanaf de zijlijn van het speelveld
speel ik mijn eigen melodie
Dan klinkt het alsof er wordt gebeld
Dat veld: ik alleen maar lijnen zie.

 
 
 

Uitglijder

Zinnen komen en gaan
En allengs raak ik buiten zinnen
Eet liever een banaan
dan aan een nieuwe te beginnen

Langzaam ik op mijn woorden inteer
Ik tot slot mij woordeloos verkeer.

 
 
 

Lichtval

De avond valt, de morgen breekt aan
Ik kan het niet verstaan
Het is de zon die maakt ruim baan
voor de sterren en de maan.

 
 
 

Bij hoog en laag

Middernacht en wie nu nog lacht
de ijscoman wacht
die stelt je koud en lepelt je op
tegen verwachting in krijg je klop

al naar gelang de smaak van d’ opperheren
god of duivel, dat is me om ’t even
hoe dan ook verlies je toch je leven
als die creaturen je begeren.

 
 
 

Appeltje, appeltje

Eet een appel, eet bewust
verslindt de tijd in lieve lust
Kruisbestuiving, ’t spelen met de genen
tot aan de zondeval aan toe
de smaken die ze er aan verlenen
van groen tot rood, van zoet tot zuur
zo ben ik appels nog lang niet moe
en dank ik Eva tot in mijn tenen:
dat fruit is eigenlijk gans niet duur.

 
 
 

Verrassing

Een masker hier, een masker daar
zo komt ’t in ’t leven wel voor elkaar

Soms krijg je een glimp mee door de gaten
voor mond of ogen, of je ruikt een geur
hoor je met de oren die zijn vrij gelaten
van wat er schuilgaat achter een open deur

Aan huid en haar heeft het nooit ontbroken.