Groenling

Nooit zag ik een grasspriet daadwerkelijk
groeien; daar zat ik nooit mee op één lijn
Die tijdspanne is me niet gegeven
ook al ben ik zo groen als gras
en schiet mijn kennis te kort
zo wijs als ik met mijn leven ben.

 
 
 

Tijdput

Traag trek ik door de dag
en waar stroop dan nog zoet is
smaken de uren mij bitter
buiten komt niet bij me binnen
en wat opschiet gaat mij voorbij
zo’n dag van verwelking maakt dorstig
terwijl de vergetelheid op zich laat wachten.

 
 
 

Fastfood takeout

Er zou een schaduw vliegen over water
als een zwaluw daarboven scheert
Maar ik heb er geen oog voor
als ze bedrieglijk sierlijk
ongezien ongedierte genadig snel verorbert
en calorieën bij de vleet verstookt.

 
 
 

Ssshj

Zoveel woorden als zandkorrels langs de zee
De hoogste tijd om met mijn emmertje en schepje
en met mijn vormpjes te spelen
met uitzicht op zee, daar doe ik het mee
Geheimen in de duinen
Wering tegen alledag.

 
 
 

In hoeken en gaten

Wie zag wat, daar op de grasmat
de werkelijkheid nog wezenlijk gelijk
terwijl de wereld wordt geplaagd
gaat het nieuws over niets anders.

Blijft veel ongezien, of zo dan toch
dan met werelden van verschil
en meer nog komt nooit voor het voetlicht
het leven in de hoeken, de gaten en de kieren.

 
 
 

Lichaamsarbeid

Van binnen is van alles aan de hand
Dat onttrekt zich gelukkig aan mijn zicht
al die werken die aan mij worden verricht
Daar blijf ik zelf mooi mee in stand.

Een beetje bewegen, eten en wat drinken
heb ik er verder geen omkijken naar
blijf ik voorlopig nog wel in elkaar
tot ze gaan muiten en me verlinken

al die stromen, prikkels en die cellen
gaan tot die tijd hardnekkig door
zonder oordeel over mij te vellen

neemt niet weg: niets gaat teloor
meer en meer gaat het wel tellen
wat vroeger was komt niet meer voor.

 
 
 

De hort op

De klanken van het klankbord
verloren in een kakofonie van geluid
De stilte en het kleine binnen
het lijken te hebben verbruid
en schoonheid en lelijkheid van zinnen,
meer en meer, in de wereld worden gestort.

 
 
 

Ach heden

Geen flauw idee en nooit gehad
waar ik ben en waar ik sta
in dit leven in dit heelal
maar dat interesseert me ook geen bal

er was een tijd vol van die vragen
steeds bleven ze me belagen
Vervolgens liet ’t begrip me in de steek
toen ik alles met van alles vergeleek

Ik liet het er niet bij zitten
en leefde steeds van dag tot dag
terwijl mijn hoofd ging pitten
het verleden doet zich gelden met gezag

 
 
 

Luchtig

In de houtgreep gehouden door de lucht,
zuurstof, CO2 en nog wat van die gassen
weet de aarde me te verrassen
zo groots een klein gehucht

Eencelligen, soorten die  welig tieren
leven zonder meer in lust
de zon die zonder onderscheid ons kust
leven in alle hoeken, gaten, kieren

Liefde gepaard aan moord en doodslag
daaraan kleeft geen enkele leugen
de mens heeft er een hard gelach

Drink het in met volle teugen
de sterren zeggen het met gezag
immer, hier en nu laat zich niet heugen

(’t is mooi geweest, ook al is ’t voor een nach’)