Kerstgedachte 2010

Lopend over straat, samen hand in hand
Zo gaan we nog niet door Nederland
De één gelooft dit en de ander dat
Zo komt in verbroedering de klad

Des te meer als de één wit is en de ander zwart
En als men ook nog in oogkleppen volhardt
Nog moeilijker die natuurlijke angst te overwinnen
Zo makkelijk keert men zich naar binnen

blijft bij  wat makkelijk is, vertrouwd en zelfs avontuur
moet bekend zijn, want anders snel te zuur
Leve hen die hun handen uitgestoken houden, open
Is het nu hier of daar, goedkoop of duur

Moge we iets vrediger 2011 ingaan, uitlopen.

 
 
 

Halsoverkop

Jouw ogen, toen ik daar in keek
smolt ik helemaal weg
en mijn hart sloeg over
en nog een keer en nog een keer

Dood staarde mij in mijn eigenste

 
 
 

Met de tijd voor ogen

Echt, ik weet niet wat ik zeggen moet
Wat er echt toe doet
De woorden zijn me geheel en al ontvallen
Bij de dingen die het leven zo vergallen

Een sterven hier, een geboorte daar
Ik ben er helemaal mee klaar
Te oordelen: wat is slecht en wat is goed.

 
 
 

In de wolken met Sharon Stone

Vannacht droomde ik van haar
Van die diva van het witte doek
Ondersteboven van haar look
Gaf ik me over, zag geen gevaar

Hoe het kwam, dat weet ik niet
Het vergde niet meer dan een blik
Ik was er erg mee in mijn schik
Toen haar jurk haar verliet

Geruisloos speelde het zich verder af
met horten en met stoten, eerst haar bovenstuk,
toen haar niemandalletje het begaf

versmolten in een bed van zoet geluk
meer en meer, dichter rond des dichter’s staf
bezweek die wereld onder grote druk.

 
 
 

Wolkewietje

De mensheid heeft haar draai gevonden
Het is een verschil van dag en nacht
Dat hadden ze in de prehistorie niet gedacht
Nooit waren we zo met elkaar verbonden

Geld en goederen, vliegen, vluchten, glitter in een wolk
blijmoedig, blind op naar de bodem van de kolk.

 
 
 

Zo zout

Met de voeten in de branding
dan tot aan mijn knieën en, oeh,
de golven slaan tegen mijn buik
Werp ik mij voorover, kopje onder
verlies de vaste grond onder mijn voeten
en even ben ik nergens meer.

 
 
 

In memoriam

Ik kende hem vluchtig
en nog vluchtiger als haar
Etiketten als man en vrouw
blijven beperkt en ook wat raar

Hoeveel meer zijn wij ieder niet
Hoeveel gelijk we ook allen zijn
toch anders
met de genen die we kregen
met de geschiedenis achter onze kiezen

Die voor deze mens uitmondde in plotse dood
Men noemt het zelfmoord
Een keten van gebeurtenissen
die ons idee van zelf, van vrijheid stoort.

Toeval of juist helemaal niet
het komt op hetzelfde neer:
dat ieder van ons
niet minder is, noch meer.

 
 
 

En dan ruik je ook nog naar jezelf

De holte van je voet,
de ronding van je hiel
die doorloopt vloeiend naar je kuit
en verder omhoog zich verbredend
tot je heupen die zich welven
en de knik van je taille
die een voorbode zijn
van nog meer welvingen,
je hals strekt zich,
je kin, maar nog meer je mond
om van je ogen maar niet spreken
en je haar een waterval.
Ik sta sprakeloos,
dus beperk ik mij maar tot deze woorden.

 
 
 

En ondertussen

Het raadsel houdt stand
Ik weet niet waar ik het zoeken moet
En dwaal van hier naar daar
Of vergeet het maar uit alle macht
De woorden die ik ervoor bedacht
zetten me op het verkeerde been
De wereld lacht zacht.