Toverfee, heb je niet wat toverballen,
ten minste één of bij voorkeur twee,
dat ik de balle krijg
het leven niet zo zwaar te nemen?
Nu doe ik maar alsof
en zweef ik allengs verder weg.

Foto's en andere waar
Toverfee, heb je niet wat toverballen,
ten minste één of bij voorkeur twee,
dat ik de balle krijg
het leven niet zo zwaar te nemen?
Nu doe ik maar alsof
en zweef ik allengs verder weg.
De maan is vol. Geen sneeuw
valt vannacht in het donker
Het dek van de morgen is weg
Hoe verlang ik naar de stilte, wit
vallen de vlokken elders.
Zo af en toe kan ik wel eens ergens
de vinger achter krijgen
Te weinig voor eelt
Zonder begrip vereelt mijn hart.
Zweef ik onthecht
boven de aarde, is 't schijn
Als bij een pleister los getrokken van de wond
kleven bloed, zweet en tranen mij aan.
Negeren kan maar tot op zekere hoogte.
Heeft niet het succes wat ik beoogde
Is het lichaam sterker?
Wat is het dat geeft de geest?
Ik zie het zwart
in, inzwart, de gaten
zijn niet meer dan dat
speldeprikken licht, waar
vind ik nog een regenboog
licht in mijn hart.
Het sentiment grijpt me bij de lurven
Al haar bevallige curven
vallen mij zwaar
Ik moet zien dat ik bedaar
Ik heb niet meer nodig
dan een glimlach, aardig woord of handgebaar
Mijn machismo loopt groot gevaar
Het is totaal overbodig.
(En zo goed speel ik geen toneel
Het leven laat er geen spaan van heel)
Alsof ik in een wak reed
Alsof ik in het stof beet
Zo was ik van slag
Zo trof me jouw lach
Sloeg mijn hart over en op hol
Eiste gewenning van jaren haar tol
Geen winterwende op de pool
Ook al gloeit mijn hart als kool
Leeg is het stadion
Weg het publiek, de mensen, de massa
De middenstip ligt er nog goed en wat doet
nu nog de mens daar buiten
Wat laat zij na, vermaakt zij haar kinderen.
Twaalf eendekuikens veel te laat
uit de dop in de herftst over straat
Vraag ik mij af welk lot hun is beschoren
gaan ze met de gevallen blaren verloren.
Nu trippen ze nog vrolijk, kloek
achter de moeder aan op zoek
naar beschut water in de buurt
zodat hun leven even langer duurt.
De bladeren zijn nu rood en geel
Dit jong lentgebroed is mij te veel.
Ongemerkt glijdt de tijd me voorbij
tot op zeker moment de klok
me in de ogen kijkt en met een schok
In gedachten verbleef ik aan jouw zij.
Hoe zal ik nog langer bij jou verpozen
te middernacht. Geen ander gekozen.
Het zij een lot uit de loterij.