Over betrouwbaar gesproken

Zullen we dan maar zonder terughoudendheid
van overheidswege zeggen waar het op staat,
dat er een voorbehoud moet worden gemaakt:
Wat u ook hoort, bij ons ligt geen aansprakelijkheid.

Voor zover we nu kunnen zien
is ons antwoord wel juist
misschien.

 
 
 

Woorden ter vervolmaking

Niet zo rad van de tong gesneden,
hoop ik op zo af en toe een denkbeeld,
dat niet eerder zo gedacht was in ’t verleden
of in andere woorden dan ooit gedeeld.

De volmaaktheid, die laat ik maar voor wat die is
Mijn volmaakte woorden slaan
wellicht voor jou de plank volkomen mis
en of ze voor mij overeind blijven staan
valt nog te bezien, ik gis.

 
 
 

Tijd van leven

Een enkele grijze haar bij mijn slapen
Heel wat hoofdhaar moest ik al uit de afvoer rapen
Fijne lijntjes in de huid van mijn handen,
Geen kunstgebit, jippiejajee, nog voor mijn tanden
Wel weer een knie die tegensputtert bij wandeling bergop
Het zweet dat mij uitbreekt bij geringe inspanning
Het is de vergankelijkheid ten top.

 
 
 

Kortwieken

De grastrimmer en -machine draaien
hun verdraaide ijzers rond
Wat is er toch tegen schaar of zeis,
in plaats van dat ronken en gekrijs,
dat me te vroeg wekt in de morgen?
Die de stadsnatuur intomen en verzorgen
Of die anderszins de rust verpesten
met gebruik van olie cq. plantenresten
van miljoenen jaren oud.
Echt handwerk, wat mij betreft verdient dat goud.

 
 
 

Tover

Waar hij ook gaat, hij staat
steeds in het midden van de ruit
van oost en west, van noord en zuid
zolang hij het bespiegelen maar laat:

Het is elf minuten over elf
Wat verlang ik naar mezelf
of anders naar de toverfee
die al mijn leed, het zat niet mee,
met haar toverstokje wegdee.

Oeps, wat zwaar is die last
Maar dan ben ik blij verrast

Als ik weer kijk naar voren
gaat het gewicht verloren

Fluit ik een andere melodie
Ik zie wel wat ik in de toekomst zie.

 
 
 

Hemeltergend (Von himmelhoch jauchzend, zum Tode betrübt)

Loop ik alleen met mijn hoofd
in de wolken, van mijn zinnen beroofd
weet ik niet wat te beginnen

Geraakt door de pijl van Cupido’s boog
Liever zat ik bij jou op oog-
hoogte aan de grond
en hoorde ik waar ik stond

Liever nam ik je met me mee
tot in de wolken met ons twee
Of anders alleen, als je er geen been
inziet, zing ik dan een ander lied.

 
 
 

Lot

Eigenlijk ken ik je nog helemaal niet
Maar ik zag je en was verkocht, subiet

Men zal wel zeggen: feromonen
Maar wat ik rook, ik zou het echt niet weten
het was jouw aanblik die mij deed vergeten,
die alleen kwam in mijn dromen.

(Had ik een lichte voorkeur voor kastanjebruin of zwart,
éénmaal gezien: je haar mag grijs zijn voor mijn part.)

 
 
 

Voor de bijl

Ging ik voor jou voor de bijl
Ga ik beter als een dweil onder zeil
dan met gefrustreerd gemoed
te blijven malen in eb en vloed.

Hoe ver ik ga, dat is de vraag
De zekerheid die ik verdraag
die zet ik nog even niet op het spel
Had ik geen angst, dan wist ik het wel.

De afloop raadt zich raden

 
 
 

In verval

Ooit een noest boerenbedrijf
Nu liggen de appels op de grond in december.
Geen landerijen meer, slechts kommervol
stuk verwaarloosd gras rondom
aan de stadsrand, bedrijventerreinen,
villa’s tonen: groei. Daar draait het om
Planken voor de ruiten.

 
 
 

Vergoten

Nee, ik geloof niet
in een god of in vergiet
waar de zonde wordt gefilterd
waar ze achterblijft als droesem
te groot om door de gaten
te spoelen, vruchten van de bloesem
ten behoeve van god
mag weten wat voor baten.