Dwaallicht

Luister ik naar muziek van jaren her, van eeuwen
Zie ik de beelden via tv, het net tot mij schreeuwen
Komt de hele wereld bij ons op bezoek
in het theater, film of immigranten om de hoek
reizen we toch in persoon de wereld af
op zoek naar geluk ergens steeds verder af.

 
 
 

De post

Ik drink je woorden in
Kan ik er niet in geloven
Zij het een voorzichtig begin.
Zie ik je niet in persoon
Je woorden, ik proef ze en de toon:
verdraaid, voor even weer ondersteboven.

 
 
 

Flatteus

Verlegen staat hij in zijn hemd
Kreeg ie zonet een compliment

Kiezen tussen wegwimpelen
of een opmerking, zo gevat
dat die de mondhoeken laat rimpelen
tot een lach. Want ach: complimenten zat

Maar nooit genoeg voor dat bodemloze gat.

 
 
 

De haas de baas

Kleurde de rode klaver het veld paars
was het aan de overkant dat niets gebeurde
Ook al ging ik hier nog zo zacht
voorbij de bosrand en het water
ging de haas in dekking voor gedachte jacht
om ongezien terug te keren later.

 
 
 

Loslopend wild

Op hoge poten komen zij aan
om de boel op stelten te zetten

En daar moet je eens op letten:
Niet om door een ringetje te halen
gaan ze elkaar buiten de ring te lijf.

En ook dit staat buiten kijf:
Niet per se is het de armoede die ’t ‘m doet
Getuigt het van armoede even goed.

 
 
 

Zolang ik het leven om mij heen weet

Geef mij maar bij tijd en wijle
de rust om in stilte te luisteren
Geef mij maar zo af en toe
de stilte van de ondergaande zon,
van het water, stilstaand riet

Hoor ik mijn ademtocht
het kloppen van mijn hart
en het kortstondig kwaken
van een eend, gekras van een kraai,
van een vis die kringen maakt
als die even het watervlak raakt

of van ergens in de verte
door een open raam een kind
dat nog even tegensputtert
voordat ‘ie zich gewonnen geeft
voor die dag, de nacht betreedt

Geef mij maar dat moment van stilte.

 
 
 

Bovenal

Kom mij niet aan met verhalen
dat de mensheid loopt te dwalen
Dat veronderstelt bijvoorbeeld enig weten
van wat men dan zou zijn vergeten:
één doolhof met één middelpunt
Is je echt een blik van bovenaf vergund?

 
 
 

Op de kurk

Als toegang tot de grootste schat
prijs ik toch het allermeest de kurk
Ben ik het nog lang niet zat:
de fles waaraan ik lurk.

Langzaam krachtig draaiend
is het kurkentrekken een ritueel,
maakt het mijn zinnen laaiend
Bijna wordt het mij te veel.

Echter blijf ik zeer wel bij de les,
ga ik zo niet op de fles.

 
 
 

Vakantie vieren

Op reis, op reis, wijs
om de zinnen te verzetten
Kost het bergen energie
Maakt het korte metten
met de vakantierust. Ik zie

ze terugkomen met verhalen
en meestal met een lekkere kleur
rijgt men vakantieërvaringen als kralen
aan de levensdraad te kust, te keur
Gaat men voorwaarts zonder dralen.

Werkt men zich de blubber
en stelt men zich flexibel op als rubber
dan gaat de rek er toch wel uit
en valt het niet te verwonderen:
men krijgt de drang zich af te zonderen,
of men gaat los en flierefluit.

 
 
 

Dat had je gedroomd

Het is in mijn hoofd een drukte van belang
Al die stofjes, synapsen, prikkels gaan hun gang
Houden mij vast als mijn eigenste schat
’s nachts echter val ik steeds weer in een gat

Als ik door slaap wordt geveld
en alles wat volgens mij toch niet meer telt
terugkeert en dan aan de orde wordt gesteld
wat in soms bizarre vorm wordt verteld.

Toevallig is het dan wel niet
Soms ligt er betekenis in het verschiet
als je de droom onder ogen ziet
bij het ontwaken, of wanneer het later
begint te dagen.

Maar al die kronkels, ze zijn als het weer
Voor elke zucht wind is een verklaring
Elke bui, wat er aan vooraf ging
Wolken, druppels, damp, steeds meer en meer

Kunnen we het begin van het weer
nooit vinden, nooit en nimmer meer
valt er meer te zeggen dan voor een paar dagen
hoe het weer zich waarschijnlijk zal gedragen.