Afstand

In de verte raast het verkeer
verder weg het ruisen van de zee, gaat tekeer
Ik hoor het ruisen van de regen
en de wind door het bos
vehikels rollen over de wegen
vastgeklonken aan wielen gaan ze los

Het verlangen, het laat zich niet intomen,
om me nietig te voelen en groots
de golven te zien rollen over de branding
voordat ze aan mijn voeten tot rust komen
zich uitspreiden in zachte landing
Vind ik daar mijn loods, niet voetstoots.

 
 
 

Niet helemaal hier en nu

Opgesloten in eigen kring
in zelfgekozen verbanning
voelt men zich soms meer
verwant met de geboorteplaats
van hun ouderen
dan de plaats waar men tegenwoordig
een halfslachtig leven leeft.

 
 
 

Adempauze

Eindelijk is het stil, geen geluid
van de straat bereikt mijn oor
het geroezemoes van de dag teloor
is de nacht mijn welkome bruid.

Weet ik het licht aan de andere kant
waar de zon schijnt op de zelfkant
terwijl de wereld doordraait
waan ik me veilig waar de haan niet kraait.

 
 
 

Felix

Onvoorwaardelijk vertrouwen zacht
opgekruld op mijn schoot gekomen
spint – waar zou hij toch van dromen? –
onschuldig, mijn tijger, mijn kat, zijn vacht

wit, een beetje beige en grijs-zwart gekleurd
heeft ie me zonder moeite al vaak opgebeurd.

 
 
 

De beklemming van de broodnodige boodschappen

Als de begogeling verbleekt
het klamme zweet me uitbreekt
Boodschappen zo broodnodig op de schappen
onbereikbaar ver weg en niet te pakken

Daar heb ik echt geen boodschap aan
Monsters zijn het, maak ruim baan
Elk logo, elke kleur schreeuwt me toe,
maakt me stante pede moe

Moet weg, moet weg, moet weg terstond
Zak weg, verwelkom harde grond.

 
 
 

Tamme ganzen, niet zo tam

Gakkend met gestrekte nekken
peddelend door het water vliegensvlug
winnen ze de vijver voor zich terug
met slaande vleugels, wijde bekken
zo koddig en zo tam nog niet,
jagen ze het andere paar daar uit het riet.

 
 
 

Niet enig

Niet enig ben ik in mijn soort
En masse staan we voor de poort,
Beeld en geluid, ze maken ons wijs
hemel op aarde, winkelparadijs.

Bezwangerd door kooplust en in nood,
schappen nemen ons op in welkome schoot
Reikhalzend kijken, armen strekkend, lijf aan lijf,
alleszins een sensueel verblijf

Mooi en Schoon. Fris en Lekker. Onvoorstelbaar Stoer.
Groepssex op de winkelvloer.