Weet dat ik bang was
wijl ik in bed lag
en hoorde – weet niet precies wat –
het gerustellende praten in de naaste kamer,
de muziek die moeder draaide.

Foto's en andere waar
Weet dat ik bang was
wijl ik in bed lag
en hoorde – weet niet precies wat –
het gerustellende praten in de naaste kamer,
de muziek die moeder draaide.
Gisteren ben je heengegaan
het laatste van jou
in rook en in licht opgegaan
dat zich vanochtend roze
over de hemel uitspreidde
Ik blijf nog even hier en nu.
Geen oerwoud hier in ’t land
Kaalslag bracht er heide en zand,
cultuurgoed bij tijd en wijle afgebrand.
Rest een oerwoud van regels aan recht
Gulden regels voor allerhande gaten
Gelijke monnniken gelijke kappen opgelegd
Zinnen die verzanden in gemier
De woudlopers: juristen en advocaten
van dode letters op papier hier.
(herziene gerijmde versie van die van 20 maart 2008)
Zoek de schaduw in de nacht,
onzichtbaar voor de lichtminnenden
wentelend, draaiend en bakkend
in het volle licht van de zon
zien ze zo gauw niets dan blauw
en niets van de verre sterren
in het donker tot zichtbaarheid gebracht.
Zijn we bang om leed te voorkomen,
als dodelijke ziekte met zekerheid vaststaat,
als je onderzoek en selectie nalaat?
Moeten we bij minder zekerheid dan schromen?
Of helemaal niet kijken naar dat allereerste begin?
Dat prille ontstaan van leven in onderzoek,
wanneer het levenswaardig is in ons boek?
Is algeheel verbod of toestaan naar onze zin?
Verklaren we ééncellig menselijk leven onaantastbaar
en wegselecteren misschien zelfs dan als moord?
Of loert bij tachtig of twintig procent het gevaar
van minachting, wegzetten door de menselijke soort
van wie gehandicapt, hulpbehoevend is of raar?
Raakt zonder regel ons samenleven dan verstoort?
Aderen onder mijn huid
zichtbaar, onzichtbaar leven,
knokkels, botten en pezen,
afgetekend lichaam van de weeromstuit.
Verdomd oranje dringt zich op
Laat me echter niet gek maken
Dat zou toch zijn te laken
ook al hijst ieder de vlag in top
Trek ik mijn oranje blouse aan
ogenschijnlijk bij de oranjeschare
weet ik beter, god beware
dat we op het ereschavot straks staan
Maar al die mensen die en masse
te hoop lopen voor zo’n doel
verbroedert ook wel weer een boel
Ik drink er eentje mee op het terras
Beter toch dan hier en daar een krassie
als gevolg van doelloos meppen, slaan
wanneer mensen ’s avonds uitgaan,
toost ik op gedeelde passie.
Een laatste woord voor deze nacht
met dit woord alweer ontkracht,
want tot vrolijke stemming gebracht
fluister ik in gedachten zacht,
dus heel erg stil,
aan ieder die dit horen wil:
Het beste is als men samen lacht.
Nooit zag ik een raaf
Ravenzwart haar
schijnt me een ander zwart
dan het kleed van een kraai
die stil zit aan het graf
Wijsheid die ik zie van veraf.
Krankjoreme woorden ontschieten me
als ik zonder nadenken schrijf
Compromisloos geef ik me bloot
Echter verborgen in het ruim van de boot
van mijn ziel en zaligheid
blijft wat me van de ander en mezelf scheidt.