Elk ongeboren kind mag er zijn… , maar hoeft niet. Om maar één punt te noemen.
Gemene deler
Bij gebrek aan
wat lieve woorden zo nu en dan
een kus of wat
een grap die wordt verstaan
gedeelde lach, tranen
al dan niet met tuiten
een fluistering dicht bij het oor
een roep, groet, over straat
wat toch iedereen
wel kent, belieft
Zo verschillend zijn we niet
al zijn we stuk voor stuk alleen
en enig en wat dies meer zij bovendien.
Kerstgedachte, I.M. opa en het doordraaien der aarde
Hé, Poetin kan in z’n handen wrijven, lijkt me zo:
in welke “westerse” democratie gaat ’t eigenlijk momenteel lekker?
In ieder geval niet de VS, niet België, niet Duitsland, niet Frankrijk. Spanje? O wacht, Nederland vergeten.
En dan heb je nog bv. die landen die sowieso al niet lekker democratisch sporen, zoals een Hongarije; Italië?
India? Brazilië? enz enz ? Lees verder “Kerstgedachte, I.M. opa en het doordraaien der aarde”
De noodzaak van onredelijke redelijkheid
Redelijke mensen willen – je zou zeggen: per definitie – rekening houden met onredelijkheid: onredelijkheid willen begrijpen, luisteren, compromissen sluiten, proberen met argumenten te overtuigen, open staan voor het eventuele eigen ongelijk. Dat namelijk getuigt van redelijkheid. Om niet te zeggen: van rationalitiet.
Onredelijkheid, irrationaliteit echter heeft daaraan allemaal geen boodschap.
Hoe kan de redelijkheid dan blijven bestaan? Hoe kan die dan niét het onderspit delven tegenover de onredelijkheid die steeds meer stem krijgt, steeds meer mensen aan zijn zijde heeft?
Onredelijkheid, irrationaliteit kan je alleen met zo’n onderwijs en cultuur tegen gaan, dat rationaliteit en redelijkheid wordt bevorderd, zo niet ingeprent. Misschien zijn sommige vormen van inprenting helemaal zo gek nog niet, zoals bv. respect voor anderen, zoals “wat gij niet blieft dat u geschiedt, doet dat ook een ander niet”, zoals dus het belang van logika en van feiten, tegelijk met het bestaan van perspectieven…. (zonder te vervallen in “alles is betrekkelijk, wat ook helemaal niet zo is: onafhankelijk van perspectief val je dood neer als je van een Eiffeltoren springt dan wel valt, behalve misschien als er een gigantisch kussen of zo aan de voet van de toren ligt; maar dat terzijde)
Maar in een stijd tussen pure redelijkheid en onredelijkheid lijkt me dat de redelijkheid gedoemd is het loodje te leggen. De onredelijkheid waar de redelijkheid zich van zou moeten bedienen is toch bv. onderwijs, cultuur, de (blinde) wet- en regelgeving, de rechterlijke macht…. Zonder enige machtsmiddelen is elk eind zoek.
Luid het weekend in!
Dus, over macht gesproken
* “Kijk, natuurlijk gaat het om macht. Maar niet om de macht per se. Niet macht om de macht. ”
– “Ja, klopt. Je moet nu eenmaal macht hebben om je doelen te kunnen verwezenlijken.”
. “Je moet macht hebben om invloed te kunnen hebben op de wereld.”
* “Wat dat betreft zijn we het helemaal eens”,
zei de rechtse autocraat tegen de links radicaal en de gelovige fundamentalist.
– “De meeste mensen weten ook helemaal niet wat goed voor hun is.”
* “En dus moeten we soms wel harde maatregelen nemen.”
. “En soms moet je het onkruid wieden, zodat de tuin kan bloeien.”
* “Nee, het gaat ons écht niet om de macht. Wij zijn geen machtswellustelingen of zo, Maar het is nu eenmaal de harde realiteit, dat je wel macht nodig hebt wil je iets bereiken. ”
– “Het doel heiligt de middelen.”
. “Hé, dat jij het woord heilig in de mond neemt. Ik dacht dat ik degene was die de hemel op aarde wil brengen.”
* “Willen we dat eigenlijk toch niet allemaal?”
– “Trouwens, brood en spelen zijn natuurlijk wel belangrijk. ”
* . “AMEN.”
Over kiezen gesproken
Afgelopen vrijdagavond kraakte ik een nootje
en meer dan één
maar één van mijn kiezen
de één na achtertste rechtsbovenaan
daarvan brak een stukje af
– en slikte ik door voordat ik het
in de gaten had –
Mijn tandartspraktijk bied avonddiensten
en na bellen gisteren mocht ik er vandaag
aan geloven: een stukje boren, een stukje vullen
De tandarts van dienst was
een jonge vrouw en in mijn ogen
tijdens het gebeuren
vriendelijk, charmant al
en erna ook nog eens te meer
vielen me haar ogen op
en open gelaat
– ‘stuk’ doet haar tekort
Wanneer zou ik weer mogen?
De schemering zij geprezen
Naar buiten bleek het licht
zo tegen de schemering
– maar ik kon nog goed zien
waar ik heen ging –
onder een lichtgrijze in windstille
lucht die de paden, de bomen
en alles zo maar
deed oplichten in een zacht oranje-roze
dat zich anderzijds niet laat beschrijven
maar mijn gemoed zich aan kon laven
voordat alras het donker de overhand
nam en ik bepakt en bezakt van de dag
huiswaarts keerde
waar niets anders mij wacht
dan mijn gemak.
Zo gewonnen, zo geronnen
O, mijn god
ik heb zoveel
niet gezien, niet ervaren
een hele wereld
al keek ik mijn ogen uit
al gaf ik gehoor aan de roep
dat de wereld aan mijn voeten ligt
en zelfs al deed ik verantwoord
de wereld aan en reisde ik aldus
op mijn sterfbed, met mijn laatste
ademtochten heb ik niet meer
dan één plek en met wat naasten
zeg ik gedag
en laat de wereld
en wie al niet.
Wie niet weg is, is gezien
De zee is nooit ver
des te meer niet
als je met de lichtsnelheid
– al is het in gedachten –
naar de kust gaat
waar de horizon bestaat
uit water en lucht
waar je nietig staat
waar de branding stuk slaat
waar in de wolkenloze nacht
eens te meer
waar klein en groot
tot niets verbleken
in dat al.

