Reken op of uit, of niet

Wie echt iets wil zeggen, die zou eigenlijk echt uitgezocht moeten hebben, wat dat op zich al vooronderstelt. Of zich stilzwijgend neerleggen bij de realiteit zoals die zich ervaren laat, zonder enig benul van de aard van het beestje en wat al dan niet.

Gelukkig zitten we – alleen al het idee dat je van (onderscheiden) dingen kunt spreken – in een realiteit (zoals die zich aan ons voordoet) waaraan geen ontsnappen mogelijk is, al is die nog zo ogenschijnlijk. Om onze ervaren realiteit te verklaren, moeten we zelfs onze toevlucht nemen tot elkaar uitsluitende begrippen als golf en deeltje, moeten we termen gebruiken als begin van de tijd en materie of zo. Met een symbool voor oneindig kunnen we rekenen. Maar waarmee we kunnen rekenen om de gang van zaken te verklaren hier en nu, zegt nog steeds niet hoe we onderscheid kunnen maken tussen goed en kwaad, tussen zin en zinloos.

Spiritus non sanctus

Mijn botten, bekleed met vlees en huid
Mijn aderen, darmen, ingewanden
en zintuigen en nagels, haren
Dat is het wel zo’n beetje
Al is het dan zonder mij
als je het zo sec bekijkt.

De anatomische les van Dr. Nicolaes Tulp – Rembrandt van Rijn

Beschavingen, schaalgrootte en verval

In de herhaling: de geschiedenis van de mens is de geschiedenis van toenemende schaalvergroting

Eén van de tekenen dat een beschaving op z’n eind loopt: waar rechtspraak gaat boven rechtvaardigheid, uitzonderingen niet meer de regel mogen bevestigen, waar voor alles een regel wordt bedacht (of dat men dat althans probeert). Met als gevolg dat meer en meer mensen bezig zijn met die regels, in plaats van voor het welzijn van de samenleving.

Een ander teken is natuurlijk uitputting – overschrijding – van de natuurlijke hulpbronnen, en grenzen, dat dan uiteindelijk hard terug slaat op die beschaving zelf.

Nou zitten we eigenlijk onderhand wereldwijd met wat je “westerse” beschaving zou kunnen noemen, of de technogische, of de consumptieve of de combinatie daarvan. Waar vroeger een beschaving toch wat beperkt bleef tot een (klein) deel van de aarde, omspant de huidige consumptief technologische (de “westerse”) de hele aarde, houdt de hele aarde in zijn greep. (terzijde: de olympische spelen zijn in alle opzichten westers, met alle vlagvertoon, de vlam, de competies, de zogenaamde verbroedering, de muziek, de beelden – niet dat het niet mooi is hoor) Was het vroeger dan ook niet zo erg – voor de aarde en al z’n bewoners iha en de mens ihb – als een beschaving het onderspit delfde, weer in de marge geraakte, dan betekent de teloorgang van de huidige beschaving dat wereldwijd alles en iedereen in de marge geraakt; vul zelf maar in wat die marge inhoudt…

Troost

Soms zie je dan zoiets
moois, een palet
van kleuren, geuren, zinne-
strelingen, dat het niet valt
te bevatten voor je enkele hart

Soms laat het dan zich niet bevatten
en reik je, kan je niet anders
dan reiken
al is het met een woord
al is het met gebaar
al is het lijf aan lijf en geur

(soms ook zie je ook zoiets
kwaads, de keerzijde
dat je dan niet anders kan
dan verdrinken
alleen of in ekaar)

Zeer

Hoe kan het
dat een papa met een SS-pet op
in het leven staat
en naar het leven staat
al wie niet zijn pet draagt?

Angst toont zich in banieren
marcheert door de straten
laat zich versterken
door megafoons en media
blind geworden voor eigen pijn
blind geworden voor de ander
op voetstukken gehesen, gezeteld
nietsontziend voor wie niet in gelijk ontzag
zich schaart.

Hoe kan het
dat een vader, moeder, kind
dat een mens
de ondergang vindt
als ware het het leven niet waard?

Verschil maken

Zovelen zijn rotzakken, zovelen juist niet.
Zovelen weten het zeker van een ander
zien zichzelf niet in de verfoeide mens
al is iedereen nog zo gelijk,
ook nog eens gelijkwaardig
bij de kleine wezenlijke verschillen

Alleen goedpraten, vergeven
altijd en maar alles en iedereen
raakt ook weer kant noch wal
Het blijft schipperen met ons mensen
met de genoegdoening en de hoop
dat men leert hoe vreedzaam voort te gaan
en menselijk te blijven, menselijk
zoals je zou willen dat menselijk zou zijn.

Binnenkomertje

Nu we al samen binnen
de kou van buiten buitensloten
en elkaar helemaal bloot
in de ogen keken
de tijd met onze heupen
een eind weg stootten
is het niet te laat
voor het zaad
om met het zout
van de vrucht van de verkering
nogmaals een weg te vinden
met de mond, met de tong
die van geen ophouden weet.

Pas

De wereld is te groot, te klein
In ieder geval zie ik alleen
slechts glimpen van jou
waar ik maar ben
met mijn voeten hier
mijn handen daar
mijn gedachten reikend over de horizon
mijn hart de hele wereld verlangt
en er geen houden aan is
er geen houden van is
niet op maat gemaakt.

De groente

Ik drink en spui woorden bij de vleet
In het licht van de eeuwigheid
maakt het allemaal geen biet uit
maar misschien – ja toch, zeker –
ben jij toch meer dan een krop sla.