en toen de nacht was ingetreden
de gedachten nog geen halt hielden
scheurde ik voorbij
alle kruisingen, de lichten
hun kleuren, rood of groen
konden mij niet deren, ter
linkerzijde en ik was blij.
–

Foto's en andere waar
en toen de nacht was ingetreden
de gedachten nog geen halt hielden
scheurde ik voorbij
alle kruisingen, de lichten
hun kleuren, rood of groen
konden mij niet deren, ter
linkerzijde en ik was blij.
–
En dan mis je dat onvoorwaardelijk vertrouwen zo
dat je een kattenvrouwtje wordt
of een mannetje verslaafd aan hoeren
– zo kun je jezelf altijd nog zo voor de gek houden.
–
Ik wil niet, niet
dat einde, nu ik eenmaal
opgenomen in de stroom
de nacht onder ogen zie
met ogen als sterren
een hart dat zonder ophouden klopt
–
Doodstil blad. Het ademt
Groen ook straks in het donker
en groen als de wind weer los gaat.
–
Niet van het slag
dat je in één oogopslag
monstert. Meer dan één
kant is mij gegeven; ik
haal er maar de helft uit
de rest gaat buiten mij om.
–
De bomen sissen door het open raam
Onweer dat niet wilde komen
Nu is het voorbij, een lichter grijs
De lucht is vaag getekend.
–
Rond enen, vroeg en middernacht
Ver weg
de slaap lijkt ver
en geen idee van de maan
Ergens is het nog wel
achtentwintig graden aan de oever
waar ik met je uitkijk en tussendoor
jouw mond kus.
–
Hoe jong ik was; hoe ik jong was
Het is me ontschoten
Ik zie het vuur, de blauwe
lucht en wolken
gebouwen en groen om de ruimte
vechten en lachen en bloot, een lieve
stem en ik drink op nog zoveel jaren.
–
Het waait harder aan de overkant
en de boom daar wuift, getuigt
van weer een nieuwe tijd
een nieuwe ronde, maar zonder
eindstreep, zonder winnaars en verliezers.
–
Druk bezig met niets, wel
niets anders dan wat
luisteren – muziek – en lezen
op internet en wat beantwoorden
ik wacht
installeer onderwijl een programma
en denk aan de vraag
wat zal ik nog kopen en koken vandaag?
–