Windstil in het donker
geen geluid wat door de wind
teweeg wordt gebracht
houd ik me muisstil
en hoor het nachtleven
aan mij voorbij gaan.

Foto's en andere waar
Windstil in het donker
geen geluid wat door de wind
teweeg wordt gebracht
houd ik me muisstil
en hoor het nachtleven
aan mij voorbij gaan.
Denkt aan oorlog
in de vorm patat, dat
wel. Of anders zo’n patatje joppie
daaraan bezondigde ik me nimmer
En ongeacht de keuze
een rundvleeskroket met mosterd
ja, alstublieft.
ik at al dagen achtereen
gezond.
–
Mond gehouden, tong
verloren, zozeer van slag.
Hoe zij me toezong!
Te weinig woorden
met des te meer gebaar, haar
ogen bekoorden.
Van de weeromstuit
door het moment gegrepen
zo een zacht geluid
hoorde ik nimmer
Dat smelten! Ik sedertdien
aan de weg timmer.
Voor haar houd ik mijn mond
mijn lippen zijn te geef
mijn tong is voor haar
die de sleutel heeft
tot mijn zinnen.
Heen en weer gaat het gordijn
door de openslaande deuren
geen komt binnen
niets dan de wind
de tocht beroert mijn huid
mijn ogen eerst, mijn denken
gefixeerd, mijn buik gespannen.
Die ene boog. Ja die
die niet altijd gespannen kan
zijn. Ik ben ‘m kwijt.
Daar sta ik
met mijn handvol pijlen.
–
Verbeeld me de zon
een regenboog, donkere lucht, licht-
vlekken in de kamer op het kleed
vanachter mijn oogleden
gevloerd
de muzieknoten dansen door de stilte.
Grashalmen buigen niet onder hun eigen gewicht
noch leggen ze het loodje vertrapt en wel
mijn gewicht laat hen onverschillig
waarheen ik ook mijn voetsporen richt
al zou ik liever, soms toch, vliegen.
Amper één blaadje beweegt
tegen een achtegrond waar
het rommelt in de verte
bliksemschichten zich laten raden
druppels op de ramen, alleen
heb ik het warm, hoor
geen enkele vogel en de poes
rust op mijn schoot, zij
op de tv praat, in gedachten
ben ik elders.
Boven mij de lucht, windstil onderhand,
van wit tot licht grijsblauw
het rood van de bloemen langs de weg
licht niet meer op
ruik ik de geur van zonnebrandcreme
gebronsde huid gloeit na
een avond ligt nog in het verschiet
bijna te veel van het goede.
–