Zondag

De zon zou ik wel willen inruilen
om in je ogen te zien, je lijf
blindelings te verkennen
in het donker, desnoods
een stralende dag nog meer
luister bij te zetten
midden op het plein te zoenen
of ergens in de luwte
aan elk zicht onttrokken
ons nog meer te laten gaan.

 
 
 

Kinderlijk

Laten we onszelf gaan
in wederzijds verlangen
zelfzuchtig bloot
zo bloot als bloot maar kan zijn
weergaloos en zonder grenzen
is jouw genot ook het mijne, overgave
die ik met heel mijn hart verwelkom.

 
 
 

Gegrond verlangen

Daar leven ze met elkaar verknoopt
eenzaamheid, verbondenheid
middelpunt vliedend rond mijn hart
het verlangen dat er van uitgaat
het weet geen onderscheid te maken
het spreekt van leven en van dood
zoekt het warmte te delen
vrijelijk te ontmoeten in de schoot.

 
 
 

Zo lief, kwetsbaar

De morgenstond is nog zo ver
zo wakker ben ik nog
zo diep in slaap zie ik jou
dat ik er voor wil waken
dat de slaap mij overmant
zo kwetsbaar nu opeens
dat ik me niet durf te laten gaan
ik streel je heel zacht
zo zacht als een gedachte in je droom.

 
 
 

Bloemenallee

Ik liep daar
Zij kwam van de andere kant
De zon kwam nooit
zo gefilterd door
Wij keken en zagen
naakt als nooit tevoor
In de koelte van de schaduw
vonden we warmte
als nooit eerder
Alle bloemen ten spijt
zag ik alleen maar jou
reikte alleen naar jou
ik rook alleen maar jou
De proef op de som
was nog nooit zo oneindig.

 
 
 

Nachtkus

De woorden liggen ergens te wachten
tot ik ze opraap in gedachten
waar dromen opkomen vanachter
de horizon, waar de verbeelding
lacht, vol uit het hart
mijn tong weet te kietelen
waar je wilt
bijt ik zacht, mijn kussen
mijn kussen laten je niet met rust.

 
 
 

Landloper

Mijn woorden, ik fluisterde ze, riep ze
droeg ze je na, dat de zon op je pad
mocht blijven schijnen, en ik
alleen met iets lichtere tred weg
liep ik achterwaarts, achter de horizon
zag ik je verdwijnen en nog steeds. 

 
 
 

In het voorbijgaan

Narcissen onder lantaarnlicht
nog steeds open, toch geel
al was het in mijn verbeelding

de straten nog nat van de mot-
regen die eerder mijn blik verglaasde
de wind die voorbij was

fietste ik langs en voorbij
toen de film was afgelopen
en ik met haar in mijn hoofd zat.

 
 
 

Dag dag

Dit staat mij niet
deze dag van vlees
noch vis
ik zeg het toch
was het maar een kut dag
waaraan je je hart
kunt ophalen
aan openhalen
tot wederzijds genoegen.