Lentesmaak te pakken

Nooit zag ik zoveel van de lente
proefde ik zoveel dat smaakte naar meer
de kleuren, de zon en het incidentele bloot
de bloemen die me doen verlangen
naar hun geur, maar dan in ’t voorbijgaan
van zij die klikken op hun hakken
of gewoon stralen in de zon.

 
 
 

Fata morgana?

Wie is zij, die over rivieren durft te springen
Wie is zij, die weg zeilt naar de horizon
Wie is zij, die zich laat gaan
van de top zo in het diepe
aan een vlieger

Ik reik haar graag van mijn bord
en proef blind van haar
wat ze voorschotelt
maakt mij duizelig van zinnen

Het avondrood verbleekt bij haar ogen
Haar woorden sprankelender dan de sterren
Haar armen weten zozeer te omhelzen
ik verlies er veilig elk houvast.

 
 
 

Bevangen

In jouw armen, in mijn armen
waren we van de wereld
zo in de zevende hemel
zweefden we terug
zonder ophouden in een glijvlucht.

 
 
 

Langszij

Paden langs de duinen, even
buiten het bereik van de zee
of het moet springvloed zijn
of de mens moet het laten
afweten met zijn dagelijkse
gang en dan nog
overspoelt de zee soms zomaar
wat zo vast lijkt te liggen.

 
 
 

Schuilplaats, droomplek

Blootsvoets op het gras
wijn en een plaid, de zon
vogels en geen mieren, geen
beesten die steken of ander ongerief
slechts blote benen, meer
verscholen voor de wereld
die even op mag vliegen
terwijl we vleugels krijgen
onder het onschuldig blauw.

 
 
 

Tig x

Nog te koud voor die zoete bloesem
Maar jou mag ik graag
Doe je me denken aan de lente
Als je verschijnt in vol ornaat
Niet anders dan zoals je leven
je heeft bedacht, met alles
erop en eraan, in beweging
zelfs als je stil staat
klopt de wereld van binnen.

 
 
 

Van de weg

Herkent u op het uur u
Die vollledig de weg kwijt
Met een grijns van hier tot ginder

Die zijn geraakt, maar aan de winnende
hand, hand in hand
door tegenlicht  gaat iedere passant
oogverblind voorbij.

 
 
 

Bron van vermaak

De zon kijkt door de maan
en ziet zo
al wat voor lichts
al wat voor donkers
wordt uitgespookt na zijn ondergang
door al het leven
bij de gratie van zijn stralen.

 
 
 

Lakschade (II)

Op de kruising geparkeerd
de glimmende sedan en de fiets
het oude brik van het meisje
op de weg, zo wil het geval

Haar blik verloren staat
ze had zich nog zo opgemaakt
voor een mooie dag
Oom agent vaderlijk met gezag
het driehoeksoverleg leidt

Waar hij nu het klappen van de zweep kent
verschrompelt zij
tot het zigeunermeisje met de traan.

 
 
 

Lakschade

Op de hoek van de kruising
glimmende sedan en jonge meid
met beteuterde ogen en opgemaakt
haar fiets, haar oude brik, op de grond
een oom agent die vaderlijk kijkt

Driehoeksoverleg
waar hij het klappen van de zweep kent
verschrompelt zij tot het zigeunermeisje met de traan.