Verloren

Er is iemand
die misschien ook bij je is
ook al is die afwezig

Er is niemand
maar je stelt je voor
elkaar vast te houden
en de wereld aan te kunnen.

 
 
 

Kriebels (v.1)

De lente nestelt zich in mijn buik
waar vlinders zich beginnen te roeren
laat ik mij met gerust hart vloeren
zwem ik blindelings in de fuik

Al dat leven van jewelste klinkt
mij als zinnige muziek in de oren
weet ik van achter noch van voren
welk oog het meeste blinkt

laat ik mij maar gaan, op sleeptouw
nemen door deze, gene of mij zelf
dan krijg ik maar af en toe een douw

welk leven ook mijn hart velt
al loopt het giga uit de klauw
dit nu is heden wat er telt.

 
 
 

Langs de rand

De stilte en de vogels
ik liep er zomaar tussendoor
een incidentele wandelaar
niet te na gesproken
het land, daar
waar het zich gewonnen geeft.

 
 
 

Schier

De lucht trekt dicht en laag
naar de grond, de mist
maakt het land eentonig
als het grijs van de zee, als eertijds

De stilte en daar doorheen geweven
de roep van ganzen, het verdwaalde
geluid van een radio dat zich windt
om mijn hart, mij doet verstommen.

 
 
 

Uitsmijter

Zwijgt met een mondvol gedachten
Je kunt er geen chocola van maken
maar als we elkaar kussen
dan smaakt het o zo zoet

smelten we weg en lossen we op
zomaar in de zevende hemel
zelfs god weet niet wat ‘m overkomt
en Venus ziet groen van jaloezie.

 
 
 

Over gevlogen

Met ruisende, fluitende vleugelslag
vliegen zwanen me voorbij
Ik sluit mijn ogen en hoor nog zoveel meer
De wind koud op mijn voorhoofd
Ik denk een eind weg
met de zon in gedachten.

 
 
 

Voorbode

De zon op het gras scheen
en ik zag je daar al liggen
de haartjes op je huid oplichten
in het strijklicht en rechtop staan
als de wind even over je heen ging

een moment van kippenvel
de warmte zich des te meer deed voelen
en de lente, zover is het nog geeneens.