In geen velden of wegen
is er zon en ook geen
oliebollen, waar het de tijd
van het jaar ook niet voor is.
In geen velden of wegen
geen beer te bekennen
ik zou er nog van schrikken
als ik niet net had gegeten
In geen velden of wegen
een weg te zien, noch heg
maar jou weet ik hier
al is het werkelijk virtueel
met de moed der wanhoop
reik ik door het beeldscherm
en pak je in met woorden
een lint in je haar
de afstand klaarblijkelijk ogenschijnlijk.
–

