Ergens toch
moet ’t wel eindeloos zijn
op dat kruispunt van ruimte en tijd
waar geen van beide er meer toe doen
Ergens toch
moet ik me wel kunnen verliezen
– bij leven; laat dat een punt zijn –
in een moment
misschien wel ook in jouw ogen
Mocht ik hoge ogen gooien:
lachte het geluk me wel toe
al begon het met een vingertip.

