Opa is er niet meer
allang niet, nog langer niet
en ik nader hem
Kon ik nog maar wat
delen van dit leven
samen de bus naar het havengebied
samen naar de eekhoorns in het bos
alsnog zijn hand vasthouden
voordat ie weg was
zo ver en nog verder weg was dan dat.
Sporen
Land ligt daar, ligt klaar
voor je eerst stap
al ligt het al eeuwen betreden
vol sporen en luchtkastelen
geboren uit zilt
– je weet niet half hoezeer –
van water en stof
van de lucht, begeesterd
door ’t vuur van de zon
door dag en door nacht
klein, hoe groot je ook bent
Tel de dagen niet
niet jaren, niet de uren
Tel niet, leef
op de klop van licht en donker
Je laatste adem komt vanzelf wel
al zal je die nooit kennen
Moge je zijn
als een lach met een traan.
Qui
Dansen? Ja!
Yoga of uren lang stil? Ja!
Dit doen, of dat, op gevoel?
Of toch eerst even tellen tot tien
en op een rijtje zetten
en orde brengen in de chaos?
Bach? Of Led Zeppelin?
Ach, van alles wat
zo laat zich raden
wie ik ben
behalve geworteld in angst
met één been in het leven.
Laten komen
Nog wat ijle wolken
flarden uitgesponnen boven
een rimpelend watervlak
als de lantaarns van de straat
zich laten gelden en kop
lampen banen trekken door het donker
Zo stil buiten
het geluid
van de radio
om
hierbinnen.
Win-win? [ voor niets gaat de zon op ]
Het vliegt je om de oren:
de spreuken en gezegdes
de zalven en diëten
de coaches en de inzichten
en niet te vergeten de pillen
en boeken vol selfcare
ontspanning op bestelling
ontlading in een veilige omgeving
samen, eventueel in het groen
je grenzen verleggen
Eenmaal, andermaal? Verkocht!
Op lemen voeten
Zou de paus wel echt geloven
in god en satan, in hemel en hel?
En de martelaar, zelfmoordterrorist?
Die ook?
Altijd maar zo zeker weten
zonder ooit maar een barstje
in hun weg van geloof?
Zo hard, zo broos
Wat moet je dan ook
anders dan buigen of barsten
tegen een wereld en de mens
die alleen al door zijn bestaan
getuigt van tegenstrijdigheid?
Barsten van onverzoenlijkheid en haat
tegen, tegen, tegen alles en iedereen
behalve wie op jouw standpunt staat
Waar ben je
als je je geloof achter je laat?
Droomwandeling
Ogenschijnlijk, onwaarschijnlijk
droog ligt het land
aan mijn voortschrijdende voeten
houd ik mijn tranen binnen
en mijn adem in
hartklop voor hartklop
Zand en steen vergezellen me op
weg naar een volgende oase
waar ik voor even mijn dorst mag
lessen voordat ik het groen weer achter
laat en ik weet wel, te laat
dat dit het land is van mijn dromen
gewrocht van eigen vlees en bloed
en hersenspinsel, getekend zicht. Wellicht
ga ik beter blind en op de tast
dat ik dan een hand kan geven
en mijn hart
dat ik jullie stemmen hoor
misschien zelfs van jouw mond proef
waar het gras dan altijd groen is.
Matrix
Onderweg
Nee, niet daaronder, begraven onder
asfalt of beton, of onder klinkers van de straat
En als ik omzie, dan keer ik niet weerom
al sta ik stil terwijl ik voortga
of ga ik voort terwijl ik stil sta
– de tijd mag het weten
De horizon lonkt niet
De grond lijkt nog vast onder mijn voeten
In de ochtend mag ik vogels horen
’s avonds zwaluwen zien scheren boven het watervlak
Door mijn verrekijker zie ik alleen maar zwart
het zwart van de doppen voor het glas
Ik haal die er niet af
tracht mijn ogen maar uit te kijken
als ik niet slaapwandel
en het leven droom.
Geen punt
Waar nog geen woorden
waar nog geen streek is gezet
geen begin van een beeld
is er wat er is
geen chaos, geen leegte
noch ruimte, noch vrijheid
en daar heb je het maar
mee te doen
en dan maken we maar woorden
– van geloof, religie, politiek
van liefde en begeerte –
beelden en muziek
geuren
Kunnen we eigenlijk wel zonder kleuren?

