Ruitenwisser

Wie wil er nou niet
wat mooi is, wat helder en goed?

Jammer is het dan wel weer
dat jouw mooi en zo niet de mijne
is, hoewel, dat is anderzijds
wel mooi op zich.

Hoe zou je anders de ware ontmoeten?
En was het dan geen dooie boel?

Wat mooi is voor de één
kan het ultieme zijn voor een ander

Alleen wil ik wel zeggen:
wat mooi is, daar kan je mee, of méér mee, vooruit.

Wiegenlied

En dan mag ik er weer even zijn
gewoon zo zijn
zo klein
als het heelal mij maakt
zo groots
zo op mijn plaats ook
zo zoals geen ander
gewiegd en niet gewogen.

 

Om het even

Een paar seconden
minuten, uren
nog
en dan is het zogenaamd weer
– bij alle weer –
– donner en wetter volgens kapitein Haddock –
een nieuw jaar
en ik maar denken
dat elk moment de tijd
een nieuwe tijd
aanbreekt

– beter dan om niet te blijven proosten
– dat dan weer niet –
maar ergens is het wel zo
hoe je het ook went of keert
dat al het verleden voorbij is
du moment
stante pede
nu
maar
niks is zomaar weg
al is alles verleden tijd

– Misschien gebeurt er iets, zoiets
als een storm, een verzadiging, een teveel
waardoor een dam breekt
een lawine een pad baant
met alle zeer vandien
dat alles alsnog open ligt
of ten minste één weg
om voort te gaan
voetsporen naar eigen zin.

Ongekend

In gruzelementen, in duigen, geen idee
van richting, geen reden; zo in leven
dan wil ik mij laten gelden, dat ik ben
niet niets, niet om over het hoofd te zien

zonder talent om me uit te drukken
in taal, muziek of beeld
dan grijp ik het naaste
vergrijp ik me aan mijn naaste
grijp ik naar geweld

Breek ik af wat heel is
Ik sta buiten dat geheel
Nietig ben ik, zegt de wereld?
Laat mij dan ook maar vernietigen
Laat de wereld dan maar barsten

Of leer mij kennen
Laat mij leren
Laat mij toe.

[ Of het op mij slaat?
Ik ben Job. ]

rellen geldingsdrang vernielingen vernietigen

Moment

Zolang ik ’t maar niet weet
zolang ik mijn ogen maar
ervoor kan sluiten
er niet bij stil sta
dat ik eigenlijk over drijfzand loop
dans op de spreekwoordelijke bodem
dat mijn vliegen een vrije val is
dan weet ik mij in leven
(al is het tegenstrijdig)

Bij de sluis

Bij het sluisje zag ik van achteren
een man staan
in plastic pak
alsof ie stond te piesen
zo in vol ornaat
maar hij stond alleen maar te hengelen
naar wat vis in een ieniemini wak
waarbij ie z’n hengel zo voor zich uitstak.
[Nee, geen foto]

Bij voorbaat had ik meelij
met de vis, die ging voor de bijl
aan de haak, in het droge, in het net
in de emmer, in de pan

Maar ook de vis is zo onschuldig niet
als die larfjes of ander leven eet
tot mijn nooit vergoten verdriet
Het leven is al leed en beet.

Ach ja

Zomaar, of eigenlijk niet zo
werd ik aangesproken aan de rand
van het Hoornsemeer, de uithoek ervan
door een jonge vrouw
– natuurlijk mocht ze me iets vragen desgevraagd –
of ze er wel zou kunnen schaatsen
want zomaar als niemand anders al op ’t ijs
dan vertrouwde ze ’t niet
en met mijn serieuze camera om mijn nek
en/of mijzelf
boezemde ik blijkbaar wat vertrouwen in
op een oordeel

waarop zich een gesprekje ontspon
niet van enige warmte gespeend
daar aan de rand van het ijs
waarbij ik haar aarzeling deelde
hoewel in de verte een eenzame schaatser
of twee
het ijs trotseerden met ogenschijnlijk gemak

– O ja, zo te vliegen, leek me heerlijk
maar ja, mijn knieën, mijn conditie
het was al 15 jaar geleden
dat ik op de ijzers stond –

Even verderop, gewoon rechtdoor zeg maar
ligt de echte Hoornseplas
in plaats van het Hoornsemeer hier
en daar is het niet zo diep ook

Zo fietste ze ervan door
na een wederzijdse wens van plezier.

Durf

Mijn hele leven taal ik eigenlijk
wel naar
– en wie niet –
naar wie me aanspreekt
naar mezelf
en dat we dan onszelf zijn
zo met elkaar.

God mag het weten

Wat als je eenmaal
niet meer overeind kan komen
– en dat komt, of
men weet hoe cellen werken
en kopieën maken, echte kopieën, zondermeer –
en je bent aangewezen
op een buur, op een broeder of twee
van de ambulance of van zo’n politie
of een zorger uit de mantel
– of uit de hoge hoed –
of misschien over enige jaren
– ik hoop dat ze leuk zijn –
een twiedeldiedum bliep bliep
versie 103.7348
waaraan je je wel degelijk hebt gehecht

wat als alles niet meer helpt
en je bezwijkt
aan de teloorgang van jezelf?

Goedheiligman

Lang gelee kwam ik ter aard
toen moederlief mij had gebaard
Een lange weg, een leven
Hoewel, per saldo is het om ’t even
in het licht bezien van zoveel tijd
en alles wat ons deerlijk scheidt

Maar al dat gezegd, in mijn ogen
wil ik het tegendeel, ongelogen
Het liefst leef ik een honderd jaar
of meer, voor nu, dan ben ik klaar

En mocht ik dan alenig zijn
dan is er altijd nog wat marsepein
Zelfs al moet ik zelf spelen
voor sint en piet; wat kan het schelen
als ik toch deel uitmaak van zovelen.