Talloos zijn de verhalen
die stuk voor stuk stukslaan
op de klippen van de tijd
Veel mensen zijn er net zo goed
van jong tot oud en steeds opnieuw.
Talloos zijn de verhalen
die stuk voor stuk stukslaan
op de klippen van de tijd
Veel mensen zijn er net zo goed
van jong tot oud en steeds opnieuw.
Leeg is het stadion
Weg het publiek, de mensen, de massa
De middenstip ligt er nog goed en wat doet
nu nog de mens daar buiten
Wat laat zij na, vermaakt zij haar kinderen.
Het uitzicht kan niet stuk,
maar valt er een bom,
dan is het wel uit met het geluk.
Haar lichaam half ontbloot
Geloken ogen van geluk verstoken
Een wulpse mond: gemaakt in de grond
Mannenogen verslinden haar
vinden het allemaal wel prima voor elkaar
Haar beeld beoogt haar zusters
dan wel niet te behagen, toch te beklagen
die zitten met minder volmaakte huid
Toch een graag geziene mannenbuit,
of ten minste dat men zich niet afwendt
van de weeromstuit.
Allengs wordt van alles en nog wat
maar steeds gemakkelijker tot ons gemak
staan we nog steeds op een hellend vlak
ondertussen vinden we ’t je van dat
dat onze behoeften stante pede,
waar we ook maar naar talen,
kunnen worden bevredigd zonder dralen
Geluk is geen geluk, maar een kwestie van de rede.
En te meer we op onze wenken worden bediend
Bij tegenslag vallen we in een dieper gat
Blazen we hoog van de toren heel gevat
Ook al zijn we nog zo ver- of bijziend.
Geen baby meer, maar toch
in aantal jaren gelijk het aantal vingers
van twee handen, een mengeling
van uitdagend, sexy, stoer en slim,
nog steeds zo een kwetsbaar ding
en jaren, jaren later wat dat betreft
zien we geen verandering.
Verschillende keren heb ik gebeld
U bent de zoveelste welgeteld
U wenst mij straks een goedendag
Weet, uw protocol is mij een hard gelag
Persoonlijk kunt u er niets aan doen
Uit hoofde van de regels, daar wringt de schoen
In de drang naar gelijke monniken, gelijke kappen
Zet u schrijnende gevallen op de schappen
Nee, goedertierendheid komt niet meer voor
in het woordenboek van het systeem, ging teloor
waar massaliteit kleinschaligheid verving
bij steeds voortschrijdende automatisering.
En die, die gaat nog lang niet diep,
niet meer dan enkele tientallen jaren oud
laat de samenleving zich verleiden welbeschouwd
door de talloze mogelijkheden in princip’
Zo komt het dat ik nu in de kou sta
en dat kunt u letterlijk zo vatten
Van uw toezeggingen kon ik mij bezatten
Het is me een raadsel waar ik nu heen ga.
Al die achterklap en al te licht vermaak
Het is van de zotte
Het zijn de Romeinse brood en spelen
voordat dat rijk verrotte.
Een goeden dag, een gouden
toekomst ligt er in het verschiet
Zo wens ik u met heel mijn hart
Zoals u echter om u heen ziet,
is ’t het noodlot dat de meesten tart,
schiet de voorraad edel metaal te kort
en blijft geluk een wenkend perspectief
neemt men genoegen met een karig bord
te eten, zo nemen we voor lief
en in armoede denken we dan maar:
het komt vanzelf wel voor elkaar,
wanneer we niet van hetzelfde houden.
De dag is verstreken, de avond verstrijkt
ben ik de schemer toegenegen
wanneer de voorbije dag nog beklijft,
de nacht dient zich aan te leven,
die verbergt de rimpels en de plooien
die weer worden uitgewist
wanneer de tijd je alsnog schaart bij de dooien
en niemand je meer mist
(ook al zou je zijn vereeuwigd
in plaquetten, boeken of standbeelden levensgroot,
onherroepelijk vindt ook de herinnering de dood)