Belastingdienst en politiek,
zij zijn voor ’t gemene goed
Ieder kiest maar voor zijn cluppie
Niemand blijft zo in zijn uppie
En wat ik niet had bevroed
Het resultaat: een verlichte kliek.
Belastingdienst en politiek,
zij zijn voor ’t gemene goed
Ieder kiest maar voor zijn cluppie
Niemand blijft zo in zijn uppie
En wat ik niet had bevroed
Het resultaat: een verlichte kliek.
De wereld gaat uit haar dak
Of het nu de lucht is
Of het nu het water is
Of het nu de aarde is
Of die daar leven
Maar zojuist nog niet
Ook al breekt de dag zwanger van hitte aan
Ook al breekt het licht amper door een sneeuwstorm
Ook al blijft de schemer de dag de baas
Ook al stort het water uit de hemel
en trekt de wind zijn sporen
Heldhaftig laten we ons niet storen
De wereld, zij gaat uit haar dak
Foeilelijk lot is hen beschoren
die in den arme vreemde zijn geboren
Denken zij niet na over de zin
Wanhoop, onbereikbaar begin.
Zo rond het midden van de nacht
het jaar 2010 mij toelacht
– ha, ha, wie ’t laatst de tanden bloot –
meer van ’t zelfde in de schoot
Of er zou een lot uit de loterij
Geld is niet waar ik aan lij
Hier is ’t winters, daar is ’t zomers
Stuk voor stuk dagloners
De eeuwigheid is niet te koop
De tijd neemt met ons haar loop.
Vele dagen heb ik wel geteld
Het kan niet op
Men kiest de vlucht naar voren
aan de leiband van ’t grote geld
gokt men munt of kop
En dan is plots of iets minder snel
Voor iedereen het einde daar op de top
Eigenlijk niet van hun kunnen
Met een lieve duit gaat het sprookje uit
Wie trekt aan de bel?
Is het tijd voor een noodstop?
Onooglijk staat de klaver daar
van ’t voorjaar tot ’t najaar
in de bermen bij elkaar
kom ik bij de honing in de super klaar
door de bijen bijeen gegaard
wordt de klaver nog vermaard
als haar aftakeling is geklaard.
De hele wereld aan onze voeten
ligt open, vliegensvlug van hier naar daar
in een handomdraai de keuze
tussen hardlopend dood te lopen
of daarvan rechtsom of linksom weg
Maar ouderen zijn te oud
kinderen nog te jong
daarna alweer gewend
aan de gang der zaken.
Talloos zijn de verhalen
die stuk voor stuk stukslaan
op de klippen van de tijd
Veel mensen zijn er net zo goed
van jong tot oud en steeds opnieuw.
Leeg is het stadion
Weg het publiek, de mensen, de massa
De middenstip ligt er nog goed en wat doet
nu nog de mens daar buiten
Wat laat zij na, vermaakt zij haar kinderen.
Het uitzicht kan niet stuk,
maar valt er een bom,
dan is het wel uit met het geluk.