Kom er maar eens om

De ene voet voor de andere
Zo kom je vooruit
of het nu lopend is of gezwind

Nog verder kom ik
als ik voor mijn part op de plaats
een heel eind weg dans
en helemaal als we samen
voorbij de grens gaan van hier en nu
elkaar aankijken of met ogen dicht
in gedeeld moment
al dan niet
naar adem happend en bezweet
als niks bijzonders er meer toe doet.

Openhartig

Vanochtend zag ik de eerste tekenen van de winter
de rijp in het windstille ochtendgloren
Later die dag verbond ik me
al was het vluchtig
met deze en gene in het voorbijgaan
met de telefoonlijn ertussen
en even zelfs in levende lijve op de werkvloer.

Alles maakt iets uit

Elk leven, welbeschouwd een wonder
En, bij nader inzien, zelfs elke steen
elke zandkorrel en waterdruppel
elke windvlaag, elke glinstering
mistflard of rook
Hoe bestaat het?

En dan mag van alles
lelijk of mooi, zo worden gevonden
dat neemt niet weg
de schat van elk bestaan

dat neemt echter ook niet weg
het ene is het andere niet
en valt zo in verschillende aarde
en bloeit zus of zo dan min of meer.

Weg is weg

Maar ook wie weg is was gezien
Dat is nou eenmaal niet anders
Hoe je het ook wendt of keert
Maar gezien alle ruimte-tijd
gezien al het oplossen
van deeltjes en momenten
weet ik althans niet meer
wat ‘hier en nu’ zoal inhoudt
en is dat weg zijn ook een raadsel
al blijft hier en nu de herinnering
aan wie eens was
om niet te vergeten.

[ I.M. Alex Anders Bolte II ]

Eén

Diegene was er
en toen niet meer
En nu ben ik bang
dat jij ook nog weg gaat
Nu ben ik bang
dat ook jij me loslaat
als ik je mijn hand geef
en je me jou niet meer laat voelen
of me met een smak
achter laat waar dan niks tot bloei komt.

Blijkbaar

Het lag buiten, verloren
in weer en wind, te wachten
op de toevallige passant

Binnen zag ik opeens
bij het wisselende licht van de dag
dat ik een hartje opgelopen had

goed voor een glinsterend gemoed
in een oogwenk, om op te rapen
als ware het voorbestemd
wat is van voorbijgaande aard.

Bar en lief

Het hoeft ook niet te verbazen
als je zo middernacht
je in ’t nachtleven hebt gestort
met wat dan ook maar achter de kiezen
in gezelschap dat je na staat daar en dan
dat je alleen bent met elkaar
en wat er uit voorvloeit
is een vraag die er het zwijgen toe doet
zolang de zon nog niet weerom komt
en de nacht en ’t vertier, ’t genoegen
wel eindeloos zich doet voorkomen
een kus of zo zich soms doet gelden
een einde breidt aan god mag weten wat.

Vooruit met de geit, niet miereneuken

Het is wat plat
en niet gedaan:
je bent als de maan
zo mooi als de zon zowat

Op z’n tijd een opsteker:
wie maakt dat niet beter?

Mischien hangt het wel af
van wat men heeft om te beginnen
als inborst en of men bij zinnen
is en niet bij voorbaat al te straf

Rechtlijnigheid gaat maar tot zover
Dus: vat dit niet als een haarklover.

Over en uit

Ze belde. Nog maar een dag of tien
nadat haar liefste was overleden
haar man voor wie ze had gezorgd
zoveel jaren lang

Ze had geld gehad, net zoveel
als van toen hij nog leefde
Wat? Wát moet dat nu
moet ik nu
nu hij weg is

Wat moet ik, dat ik straks
het niet alleen doen moet
met het verlies van mijn man
maar óók nog ’s er helemaal alleen
voor sta
en aansprakelijk wordt gesteld?

Wat, dat ik zelf óók niet in een gat?
Al is dat dan bij leven.

Hemels

Ach, laat mij dansen
maar niet té
niet teveel bewegen
maar wiegen, met ogen dicht
dat ik wordt gedragen
dat we samen hartzeer laten varen
en verkeren in golven zelf
van water en vuur, van lucht, van aarde.