Verscheiden
Eén van de zovelen
van de aarde verdwenen
en nergens meer
En nergens anders
dan op aarde in herinnering
niet tastbaar meer, niet hoorbaar
onzichtbaar, anders dan in beelden
Wie weg is, was gezien.
Overvallen door de herfst
Niet van steen
Bloem [geplukt]
Wat, wat zeg je van een veld
onder de zon, van het gras
een groep wilgen aan de waterkant?
Wat, wat zeg je van de oever
van de rivier waar een enkele boot
voorbij voer, waar insekten zoemden
waar wij zoenden
en meer van dat?
Wat, wat zeg je van dat veld
dat van geen wijken mocht weten
maar het veld ruimde
voor een herinnering?
Troost
Soms zie je dan zoiets
moois, een palet
van kleuren, geuren, zinne-
strelingen, dat het niet valt
te bevatten voor je enkele hart
Soms laat het dan zich niet bevatten
en reik je, kan je niet anders
dan reiken
al is het met een woord
al is het met gebaar
al is het lijf aan lijf en geur
(soms ook zie je ook zoiets
kwaads, de keerzijde
dat je dan niet anders kan
dan verdrinken
alleen of in ekaar)
Pas
De wereld is te groot, te klein
In ieder geval zie ik alleen
slechts glimpen van jou
waar ik maar ben
met mijn voeten hier
mijn handen daar
mijn gedachten reikend over de horizon
mijn hart de hele wereld verlangt
en er geen houden aan is
er geen houden van is
niet op maat gemaakt.
Nergens meer zijn
voelen wie je het liefste ruikt
als je gedachten verwaaien
als je lijf je overweldigt
en dat ook nog samen.
Moment
Onder mijn huid
nestelde zich onmacht en niets-
waardigheid. Hoe dik de huid, hoe…
diep verankerd in mijn hart
Het doet zich gelden en wat slijt
en wat breekt?
Lentekriebels
Blaadjes frisse sla
als ik door jou verzadigd
van honger verga
Het is de onschuld
dat onwaarschijnlijke groen
die mijn hart vervult
Je lichte ogen
oogstrelende hand, al dat
laat zich niet logen.

