Pas

De wereld is te groot, te klein
In ieder geval zie ik alleen
slechts glimpen van jou
waar ik maar ben
met mijn voeten hier
mijn handen daar
mijn gedachten reikend over de horizon
mijn hart de hele wereld verlangt
en er geen houden aan is
er geen houden van is
niet op maat gemaakt.

Onder de parasol (afkoelen)

De nacht maakt rechtsomkeert
als we elkaar treffen aan de bar
van onverdeeld genoegen
voorbij de maskers van alledag
een oogopslag, een hartklop dichtbij
de muziek en alles verdwenen
één sorbet voor ons beiden.

sorbet

Houvast langs de rand

Wie ben jij
die loopt langs de rand
van de afgrond waar ook ik
en waar ook wij
in de diepte zouden kunnen kijken

Ik lijk wel een beetje op je
als ik liever mijn ogen sluit
en liever naar houvast tast
liever mij verlustig
liever mij behaag, mij vastklamp
aan jou, jouw huid, jouw warmte
liever innig dan verloren.

 
 
 

Terug van uit

Onder straatlantaarnlicht lichten roze, oranje
en wit de bloemen van de straat op
doodstil levend, de enige wind
is de tegenwind die ik zelf maak
als ik mij naar jou toe haast
met de filmbeelden nog voor ogen
droom ik nog steeds van jou.

 
 
 

Minnelijk

Midden in de nacht, ik weet niet
ik weet niet meer, niet meer
waar ik het zoeken moet
maar dat heeft ook nooit
natuurlijk nog nooit
gemoeten
alleen maar
dat we elkaar verstaan
de afstand tussen ons teniet
vergezeld door rauw verlangen.

–

 
 
 

Keer

Ik min jouw schede
de plooien, de mond
die zich vochtig opent
voor mijn tong

Ik min jouw borsten
waarvan je tepels
zich oprichten
onder mijn cirkelen

Ik min jouw lippen
die vanzelf vaneen gaan
als ik zachtjes
met de mijne sabbel

Ik min jouw voeten
die je dragen
en heb lief
elke kromme teen

Ik min je ogen
als je me aankijkt
verdrink ik
en gelijk ik levensgroot.

 
 
 

Gesponnen

De bel voor het speelkwartier is gegaan
allang. Ik wordt geacht te spelen
maar kies mijn eigen tijd
ik kan het niet verhelen
gelukkig ben ik toegesneden
op wie mijn hart verblijdt

het speelveld is gemaakt
van spinsels uit ons hart.

–

 
 
 

Virtu

In geen velden of wegen
is er zon en ook geen
oliebollen, waar het de tijd
van het jaar ook niet voor is.

In geen velden of wegen
geen beer te bekennen
ik zou er nog van schrikken
als ik niet net had gegeten

In geen velden of wegen
een weg te zien, noch heg
maar jou weet ik hier
al is het werkelijk virtueel

met de moed der wanhoop
reik ik door het beeldscherm
en pak je in met woorden
een lint in je haar

de afstand klaarblijkelijk ogenschijnlijk.

–

 
 
 

Factor 10

Het brandt, de zon
maar jij brandt me meer
als hij zich dan verschuilt
ik voel de koelte niet meer
totdat bij zijn verschijnen
hij me kippenvel bezorgt
mijn rillingen behoren jou toe.

–