Uitgesproken

Deze woorden laten ongezegd
wat tussen de regels door valt te lezen

Onder het zonlicht gebogen
ik muziek hoorde
die nooit tot klinken werd gebracht
ik beelden zag
waarvan nimmer sprake was.

Stond ik stil daarbij en liet mij gaan
Ga ik door
een ander spoor
met bestemming onbekend.

 
 
 

Voor het moment

Zij daar, aan die kant van de rivier
En ik hier
Met de stroom er tussen
Blote handen schieten te kort
De uiterwaarden reiken maar tot zover
En alleen de tijd weet of de bedding droogvalt

Ook al spreekt het hart
IJle muziek, die in stilte wordt gehoord.

 
 
 

Lentegevoel

Het wil wel eens koud zijn in januari
Je went er aan, je kleedt je er op
Wat niet wegneemt, in een hartklop
kan je worden overvallen, wis en drie,
door vlinders op een dag als 30 februari.

 
 
 

De zon voor jou

Hier, wat zon
Doe maar alsof je ligt
in de luwte van de wind
op de zonzijde van het duin
de zee steeds verder weg klinkt
je één wordt met de warmte
je afdwaalt naar hier en ginder
even van de wereld, een vlinder
die niets meer hoeft
dan de zon alleen.

 
 
 

Alledaags

Wat heeft het ook om het lijf
dat verlangen uit die bodemloze put
te ontsnappen, te landen
in iemands armen en meer
nog in kussen te verdrinken
oeverloos verloren, smeltend
bij de blik die onweerstaanbaar
je laat vliegen met al die vlinders

Zo sterk, al is ’t alledaags.

 
 
 

Het vuur laat mij niet klein

Malende gedachten, om haar
die ik eerder in mijn hart sloot
woorden daar binnenskamers
blijven in mijzelf en verborgen
onder handbereik van mijn gemoed
smeulen liefde en de lust
levend en wel, ik begroet de tijd
ook al gooit die nog zoveel roet.

 
 
 

Te zeer

Mijn hart blijft wel kloppen
soms versneld, meestal gestadig
mijn buik ingesnoerd
laat mij geen keuze
dan mij uit te spreken
laat ik zwijgen
van wat ik in gedachten
in mijn hoofd haal
daar schiet de verbeelding
niet te kort.

 
 
 

Mooi toch

Ze was zo mooi
nadat ze was vertrokken
zo mooi
ze was voordat ik haar mocht kennen
blijft de hunkering
mooi nog huizen in mijn hart

Totdat het van lieverlee slijt?
Geef me respijt
Ik wil er niet aan denken.

 
 
 

In het hart

Soms valt het niet licht, ja zelfs zwaar
al zou je ’t voor geen goud
willen missen, dat gebaar
dat de ander van je houdt

daarmee de afstand overbrugt
houdt het de liefde in de lucht
en voor de rest: in het hart
leeft het ongedacht, ontward.