Hoe je er nu bijligt
of zit, dat is de vraag
mijn vraag
waarover ik in het ongewisse
verkeer, dat maakt niet uit
Geen bericht is goed, zo
men wel zegt
en laat ik daar maar van uitgaan
Het is is mijn hoop
zeg maar, in bange dagen.
Hoe je er nu bijligt
of zit, dat is de vraag
mijn vraag
waarover ik in het ongewisse
verkeer, dat maakt niet uit
Geen bericht is goed, zo
men wel zegt
en laat ik daar maar van uitgaan
Het is is mijn hoop
zeg maar, in bange dagen.
Het was zo’n dag
dat ze vroeg: wat kijk je nou?
dat we ’s ochtends elkaar kusten
tot afscheid, net een fractie langer
dat in de loop van de dag
bij verloren momenten ik steeds aan je dacht
dat we geen zin hadden om te koken
en we zochten een gedekte tafel
en lieten het ons smaken
dat we geen erg hadden in de kou
en alleen oog voor elkaar op de terugweg
dat op het einde van de dag
we elkaar weer zo nabij
als nooit eerder
dat we proefden
van elkaar en elkaar
bevrijdden met een zucht.
Mijn adem sloeg als ijskristallen neer
in mijn sjaal met niet meer wind tegen
dan door mijn eigen voortgang
Mijn gedachten verbleven elders
waar het warm was en zeer
aangenaam vertoeven.
De leegte knaagt
als het hart nog steeds blijft kloppen
voor haar die zo nabij kwam, zo ver
is nu, dichtbij nog in gedachten
soms in een oogwenk zij me aanvliegt
al is het in gedachten.
soms haar woorden meer spreken
dan het enkele woord alleen
in gedachten denk ik soms, mensen,
mensen, waar moet dat heen?
De zee is er wel
en ook het eiland
eventueel nog een waterval
waar de zon zou schijnen
op ons beiden, ware het niet
dat jij elders bent
en niet hier, in geen velden of wegen
Zie ik je niet in de ogen
proef ik niet van je voorkomen
voel ik niet de warmte
waar de zon het niet bij haalt
blijft mijn mond onberoerd
vinden mijn handen slechts elkaar
en vertalen mijn gedachten zich alleen in woorden.
Als jij je ogen toe doet
je ademt in en uit
je buik gestadig op en neer
zie ik je in slaap
span ik een net om je heen
van dromen
waar vlinders niet aan kunnen tippen.
Door elkaar heen tuimelen
gedachten en gevoelens, de woorden
verlichten, verwoorden even zo veel
facetten van dit innerlijk leven
wat ik met de wereld deel
zelfs tussen de regels blijft
het begrip beperkt, een begrip
waar ten ene male het ik ontglipt
laat staan dat we elkaar in de ogen kijken
laat staan dat we elkaars warmte voelen
blijven we staan aan gene zijde van dit schrijven.
Leeg dat vel, met vol gemoed
laat ik tussen de regels door
maar schrijven, waar mijn hart
van overloopt, ik zei het al
en zo pakt het leven uit, even
goed zo, zo houd ik mijzelf voor
het weten is van ons tweeën.
Vederlicht speelt mijn verlangen op in de schemer
stijgt het op naar jou en naar mijn hoofd, in woorden
laat het zich niet vertalen, onbesproken gedrag
de zeden worden los gewogen, de zinnen leger
waar eerder sprake was van onbeheerste rede.
Was ik maar in de wolken
een druppel die een hele
wereld aan licht ving om
te vallen in jouw mond.