Was ik maar
een rups, dan kon ik
een vlinder worden
De rups daarentegen
heeft daarvan geen flauw benul
en eet maar dat het een lieve
lust is en als het tegenzit
wordt ie nog gegeten ook
en dient zo alsnog
laagbijdegronds het leven.
Was ik maar
een rups, dan kon ik
een vlinder worden
De rups daarentegen
heeft daarvan geen flauw benul
en eet maar dat het een lieve
lust is en als het tegenzit
wordt ie nog gegeten ook
en dient zo alsnog
laagbijdegronds het leven.
Die klote wereld ook
heeft zoveel moois
En vast aan alle schoonheid
kleeft de keerzijde
Een pas de deux op het grensvlak
dat is de kunst
zo spreekt de mond
tegen de ogen en de oren
links, rechts gaan de lede-
maten en de tastzin
voeden dat ene hart
van kamer tot kamer
op de adem, in en uit
vermag ik voort te gaan
en verder
tot het verscheiden, weg
van alle grenzen, vlakken
om niet teveel bij stil te staan
om me niet voorbij te lopen
eer ik een schim ben van mijzelf.
Mijn ogen dwalen
of kijken ze waar ik wil?
Naar links, naar rechts
naar het gras tussen de tegels
een kat die me in de gaten houdt
Weet ik veel waar ik naar kijk?
Maar goed dat ik niet hoef
na te denken en niet stil
te staan bij elke beweging
die ik maak
En of ik die maak?
Waar we het mee moeten doen
is waarneming
Wat er is, dat is echt de vraag
al is er die waarneming
Zo schijnt het althans
en ook nog ’s min of meer
samenhangend.
Ben jij de golf
ben ik het deeltje
Samen van een dimensie
waar geen woorden voor zijn

Het was weer de eerste keer
dat de zomer deze lenteavond
mij aandeed
De wind was gaan liggen
en in de schemering fietste ik
met korte mouwen door
stilteplekken en eilanden van koude
lucht en warme lucht
en streek langs de haren op mijn armen.
Langs de zee
zij het niet de kust
van het vasteland
Een eeuwigheid geleden, een twaalftal
jaar en het strand
is niet meer wat het was, het zand
weg gewaaid, weg gespoeld
of bedekt en misschien wortelt er wel helmgras
Is het tijd dan nu
nog een keer de branding te horen
ruisen en te laten uitvloeien
in mijn zicht, voor mijn voeten
alleen op de wereld?

Het ene moment zus
het andere zo
Zo geef je elkaar een kus
en dan is het van ho
Want al rijmt het op het eerste gezicht
nakend draait het soms om als de weerlicht.
Een teug
een slok of wat
of een kus
enzovoort
die je naar adem doen happen
even je gewild weten
en veilig als nooit
even los gezongen van de tijd
en buitensporig lief en leed gedeeld
geboren te worden in elkaars armen
punt
‘Waar ga je heen?’
dacht ik eigenlijk nog nooit
zo bij mezelf en op dat
‘Wat wil ik?’, al dan niet ‘nou eigenlijk’
had ik in feite niet meer dan van die
dooddoenerantwoorden
zoals afstuderen over een jaar of wat
een vakantie over een paar maand
naar de overkant van Friesland fietsen
opstaan, naar m’n werk en naar bed
en uit de weg gaan van nabijheid
al klopt het hart, mijn hart, nog zozeer
al maak ik echt wel degelijk contact
al raak ik een ander en mezelf
als het maar niet van mij komt
als het maar niet is voor misschien wel lange duur
als het maar niet is dat ik weer alleen en achter
blijf ten ene male en warmte in kou verkeert.