Liever
Geleidelijk laat het lijf het afweten
– en soms zomaar met een klap of wat –
en ook de geest
is al niet meer wat het geweest is
en zal er niet meer zijn
op een gegeven moment
een onwelkom geschenk
dat je liever nooit uitpakt
maar zo ja, dan niet alleen
liever niet alleen.
Om niet
Eén moment svp
en ik houd u niet langer
in spanning
en dat is ’t dan
al ben ik geen deelgenoot
in levende lijve
zij het dan ook weer niet de adem benomen
Die geprezen leegheid:
volgens mij is daar ook niets aan.
Uitzicht
De verwarming bleef uit vandaag
dankzij de zon en de ligging
op het zuiden en de raampartijen
De lente breekt weer aan
en straks ook vast de zomer
Mijn hart klopt
al is het niet raak
noch er op los
waar het bij blijft, vooralsnog.
Nagedachtenis
In gedachten loop ik laat
Laat ik de voorbije dag niet
de revue passeren en zie ik
de nacht in het verschiet
met wolken, maan en wat
dies meer zij, misschien
droom ik al bij gebrek aan beter
en steel ik een kus
die toch al vrijmoedig werd gegeven
als ik mijn hoofd te ruste leg
in het donker, in het donker
waar de onrust zich roert
al sluit ik er mijn ogen voor de ochtendstond.
Attractie
Pierlala doet
de straten aan en de pleinen
met carnaval en kermis
Die hossen
en zich te buiten gaan
buiten alledag
daar danst hij mee
met valse noten op zijn zang
een duwtje hier, een tikje daar
de wereld is zijn leven
Het leven: hij er nooit mee klaar.
Over lijden
Je zal maar
zo ver gevorderd zijn
op de ladder des levens
dat alles bijkans in de verte ligt
en in het verschiet
alleen de volgende sporten naar de hemel
verondersteld, verwacht
of uitzicht loos.
[ nav. het overlijden van Dries Van Agt en zijn vrouw ]
Kort dag
Opa sjouwde nog met kolen
voor de warmte in huis
Zijn oma werkte misschien ook wel
tien of twaalf uur per dag
ook als ze zwanger was
En haar grootmoeder en die dan weer
van haar, daar is het gissen
of ze wel dertig, veertig werden
al dronken ze licht bier als water
vertrouwd met poep en pis en zweet
om niet te spreken van goden, geesten
en wat dies meer zij, eeuwen lang
Zoveel, nee, zo weinig, levens terug
leefden mijn voorzaten
met net wat meer dan apen.
Heitje voor een wijsheidje
De baard, mijn baard
al is ie kort van stof
kijkt me in de spiegel aan
elke ochtend en spreekt
in grijs en wit van jaren
van voorbije tijd
en hoeveel er niet nog zijn te gaan
Gedistingeerd, dat kun je zeggen
of hoe het afkleedt met gezag
maar vooruitlopend op de rimpels
en de stramheid van de ouderdom
blijft het de vraag of ’t genoegen doet
al blijft ie groeien, zij het wit, zij het grijs
alsnog een teken van leven
terwijl ik al kaler wordt
brengt het mij ergens en van de wijs.
Vroem
Op weg zijn we
Op weg en nog lang niet op
de goede plek
de bestemming hebben we
wel in ons hoofd
maar we zien noodweer in de verte
een lawine die de weg blokkeert
Nou hebben we een rempedaal
Nou kunnen we die wel indrukken
en een andere weg inslaan
Maar ja, op deze snelweg
moet je ten minste honderd
en bovendien mag je niet keren
zo zeggen de borden voor je kop
Dus rijden we maar door
en zal de weg doodlopen
maar hebben we ons wel gehouden
aan de regels
Vroem.


