Stond in de morgen

Onafgerond zijn de verhalen
die ik in de morgen vind
ik kan er nog wel wat sjeu bij halen
bij het ochtendgloren ga ik gezwind

Misschien dat ik u ook wel tegen kom
roert u zich dan met luide trom
of als dat te veel is van het goede
zeg in het voorbijgaan zacht gedag
mag men zich verheugen in een glimlach
biedt de dag meer dan ik bevroedde.

 
 
 

Bevlieging

Wil ik met jou de stad in gaan,
ja, hand in hand door de straten
dwalen en steeds weer stil staan
om de wereld, om de wereld
te verkleinen tot ons beiden
krijgen we van kussen niet genoeg.

 
 
 

Van kleur verzadigd

Als bloemen bloeien in duizendvoud
het oog verzadigd van hun kleur
heb ik toch maar oog voor één
die al de bloemen doet verbleken
die de adem beneemt en vruchteloos
elke poging haar te snappen
zo ijlings, vluchtig ze beweegt
zelfs als ze zich vlijdt in het gras
is er geen houden aan

Liever laat ik haar vrij gaan
vlieg ik met graagte met haar op
raken onze vleugeltippen
vouwen zij zich om elkander heen
kussen onze lippen
voor een moment of twee
met z’n twee
is de hemel niet meer
dan wat losse letters.

 
 
 

Slapenderwijs

Even helemaal niets, een leegte
waar ik geen enkele weet van heb
behalve als ik je dan zie
denk ik dat jij daar al verblijft
waar ik straks ook nergens ben

als je lichaam ademt en beweegt
zonder medeweten van jezelf
onschuldig en kwetsbaar
kom ik er ook, zo weer
voor het ontwaken aan.

 
 
 

Te woord of liever

Met woorden ik de afstand dicht
waar de materie weerbarstig in de weg
Dichtbij doe ik graag afstand
gebruik ik liever woordeloze taal
en maak zo een verhaal
waar woorden het moment geen recht doen.

 
 
 

Schik in liefde

De tijd heeft er geen oren naar
de tijd te laten varen
Nu zit ik mooi opgescheept met jou
een eeuwig heden te vergaren

De schikgodinnen weven naar hun zinnen
weet ik alleen maar te beginnen
in het hier en nu, niet anders
dan momenten voor elkaar.

 
 
 

Oprisping in rood

Onverwacht rood in de berm
alsof de herfst er nog lang niet was
bloembladen als crêpepapier
in de wind in lage zon
trok mijn blik terstond
mijn hart sprong open
allicht niet ongegrond.

 
 
 

Kortsluiting van harten

Over de horizon zou men willen
wellicht als ’t doodstil is
men dan die pot met goud vindt
er aan voorbij gaat, dat geluk
rinkelt van voorbijgaande aard
zo’n boog in kleur ontspringt
als twee harten elkaar raken.