Zo halfweg

De tijd zegt me steeds minder
ze verstrijkt maar en doet de was
zonder dat ik er weet van heb
stapelen herinneringen zich op
dingen die maar gebeuren

en zadelt mij op met niets meer
dan een tekort.

 
 
 

Tik tak

Jaren geleden is het alweer
God, waren het maar eeuwen
De tijd vliegt, dat zegt men alras
God, ik zou acht op u slaan terstond
als de tijd me niet van slag bracht
als we toch maar leefden
ook al leefden we in tijdloosheid.

 
 
 

Van alledag

Ze kwam zomaar voorbij
en sprak woorden van alledag
woorden die van alle mensen zijn
zo zacht gesproken
waar geen ander ze verstaat
legden ze mijn hart bloot
en meer dan dat.

 
 
 

In zo’n bui

Mijn hoofd leg ik te ruste
Het wijnglas nog half vol
Resten mij geen dromen meer
dan alleen van jou

Van jou ben ik weg
Nog even respijt
tot de tijd van woorden voorbij is.

 
 
 

Voor ’t volgend jaar

Waar ging de nectar heen?
Waar is het stuifmeel gebleven?

De tijd van de bloesem
is alllang voorbij
Op straat zelfs geen restanten meer
Verwaaid, verregend
Alleen groen nog wat er rest

Ik hoop maar dat de wind en de bijen
de bodem legden voor een volgend jaar.

 
 
 

Luchthartig

Ook de warme golfstroom
kent haar koudeput
Ook de grootste boom
reikt maar tot zover in de hemel

Zo meet ik van hand tot hand
niet meer dan één meter en vijfentachtig
Als ik ze echter open
stroom ik mee met de tijd
en adem ik van hier tot ginder.

 
 
 

Een zinnige vraag

Het watertanden is niet mis
als zij me in de ogen kijkt
of met haar woorden me verrijkt
gaan we aanstonds aan de dis

De tafel is gedekt en het bestek ligt klaar
zoals het betaamt voor elke gang
een exquise maaltijd vindt haar aanvang
de wijn wordt geschonken met sierlijk gebaar

Zo zie ik het voor me in mijn dromen
en mocht het ooit zover komen
weet ik dan nog mijn zinnen in te tomen?

 
 
 

Twee juni tweeduizendelf

Verliefd op ’t beeld van mijn verlangen
gegrond in van die serieuze dingen
die ten grondslag liggen aan ons wezen
die je regelmatig water moet geven
anders kan je je cel ermee behangen

Ze deed een deurtje open, zo niet twee
zo geen schuifpui over de volle breedte
dat deed ze wel en dan nog één tel
of het leidt tot lief of het leidt tot lee’

Zij mag er wezen volgens mij
en zo gek ben ik helemaal niet
Of ik zelf niet van kleur verschiet?

 
 
 

Het staat als gedrukt

Talloos blijven immer nog de zaken
waaraan geen woorden worden gewijd
of vuilgemaakt in zwart of wit

Het zijn de zaken van alledag
die niet vermeldenswaard zijn
waarmee iedereen te kampen heeft


maar er zijn meer en meer narcisten
anders dan die met een vette knipoog
zichzelf ook wel eens te kakken zetten

Het zijn de zaken van alledag
van leven en dood die schrijnen
waarmee iedereen te kampen heeft.

 
 
 

Veel maakt het niet uit

In het geluid gaat stilte verborgen, het ongezegde
wat spreekt van onvergankelijke dingen
spreekt van wat overal en altijd terugkomt
waar iedereen wel weet van heeft
dat spreekt van jou tot mij
van jou en mij.

Laat je je er niets aan gelegen liggen
breng je je leven in stomme verwondering door
Haar maakt het niet uit, als je je ogen sluit
Er blijft altijd wel wit tussen de regels.