Het raadsel houdt stand
Ik weet niet waar ik het zoeken moet
En dwaal van hier naar daar
Of vergeet het maar uit alle macht
De woorden die ik ervoor bedacht
zetten me op het verkeerde been
De wereld lacht zacht.
Het raadsel houdt stand
Ik weet niet waar ik het zoeken moet
En dwaal van hier naar daar
Of vergeet het maar uit alle macht
De woorden die ik ervoor bedacht
zetten me op het verkeerde been
De wereld lacht zacht.
Waar zijn de lippen die smaken naar vanille?
Het is alweer een tijd geleden
Waar zijn de ogen die schitteren als diamant?
Het is alweer zo lang geleden
Waar is de lach die klatert als een beek?
Mijn ogen zijn allang weer droog
Welke huid is zo zacht
dat ze mijn gedachten doet verbleken?
Opeens is de wind stil
Opeens hoor ik geen enkel motorgeluid
Zomaar is de drukte voorbij
en komt een stuk muziek, een stem
zingt, die ademt rust en vrede.
In de spiegel lijk ik toch
het meeste op mijzelf
als ik naar mijn ouders kijk
zie ik een beetje minder
maar ben ik toch
een beetje minder alleen.
Hoe vaak moet ik nog zeggen
dat de bomen in de lente uitbotten,
hun blad verliezen in de herfst
totdat de groei er uit is.
De wereld is opeens veel te klein
De vulkaan die op uitbarsten stond
houdt de vliegtuigen aan de grond
Gas en puin en as bederven ’t fijn
voor de reiziger. Aandelen zakken
nu de aarde tot grote hoogte wordt gestuwd
In de hogere luchtlagen afkoelt, luwt
Het fijnstof neemt ons goed te pakken.
Klokslag drie over elf
Weer een uur voorbij en verder
ben ik met mijn gedachten verder
weg dan ooit tevoren.
Deze woorden:
een piepklein zandkorreltje in een zee van tijd.
Het staat in de sterren geschreven:
Wacht om je bij het sterrendom te voegen
Op de melkweg is het slecht toeven
zolang men nog niet als lichtdeeltje er in is gebleven.
Belastingdienst en politiek,
zij zijn voor ’t gemene goed
Ieder kiest maar voor zijn cluppie
Niemand blijft zo in zijn uppie
En wat ik niet had bevroed
Het resultaat: een verlichte kliek.
De wereld gaat uit haar dak
Of het nu de lucht is
Of het nu het water is
Of het nu de aarde is
Of die daar leven
Maar zojuist nog niet
Ook al breekt de dag zwanger van hitte aan
Ook al breekt het licht amper door een sneeuwstorm
Ook al blijft de schemer de dag de baas
Ook al stort het water uit de hemel
en trekt de wind zijn sporen
Heldhaftig laten we ons niet storen
De wereld, zij gaat uit haar dak