Dus, over macht gesproken

* “Kijk, natuurlijk gaat het om macht. Maar niet om de macht per se. Niet macht om de macht. ”
– “Ja, klopt. Je moet nu eenmaal macht hebben om je doelen te kunnen verwezenlijken.”
. “Je moet macht hebben om invloed te kunnen hebben op de wereld.”

* “Wat dat betreft zijn we het helemaal eens”,
zei de rechtse autocraat tegen de links radicaal en de gelovige fundamentalist.

– “De meeste mensen weten ook helemaal niet wat goed voor hun is.”
* “En dus moeten we soms wel harde maatregelen nemen.”
. “En soms moet je het onkruid wieden, zodat de tuin kan bloeien.”

* “Nee, het gaat ons écht niet om de macht. Wij zijn geen machtswellustelingen of zo, Maar het is nu eenmaal de harde realiteit, dat je wel macht nodig hebt wil je iets bereiken. ”
– “Het doel heiligt de middelen.”
. “Hé, dat jij het woord heilig in de mond neemt. Ik dacht dat ik degene was die de hemel op aarde wil brengen.”

* “Willen we dat eigenlijk toch niet allemaal?”
– “Trouwens, brood en spelen zijn natuurlijk wel belangrijk. ”

* . “AMEN.”

Over kiezen gesproken

Afgelopen vrijdagavond kraakte ik een nootje
en meer dan één
maar één van mijn kiezen
de één na achtertste rechtsbovenaan
daarvan brak een stukje af
– en slikte ik door voordat ik het
in de gaten had –

Mijn tandartspraktijk bied avonddiensten
en na bellen gisteren mocht ik er vandaag
aan geloven: een stukje boren, een stukje vullen

De tandarts van dienst was
een jonge vrouw en in mijn ogen
tijdens het gebeuren
vriendelijk, charmant al
en erna ook nog eens te meer
vielen me haar ogen op
en open gelaat
– ‘stuk’ doet haar tekort

Wanneer zou ik weer mogen?

De schemering zij geprezen

Naar buiten bleek het licht
zo tegen de schemering
– maar ik kon nog goed zien
waar ik heen ging –
onder een lichtgrijze in windstille
lucht die de paden, de bomen
en alles zo maar
deed oplichten in een zacht oranje-roze
dat zich anderzijds niet laat beschrijven
maar mijn gemoed zich aan kon laven

voordat alras het donker de overhand
nam en ik bepakt en bezakt van de dag
huiswaarts keerde
waar niets anders mij wacht
dan mijn gemak.

Zo gewonnen, zo geronnen

O, mijn god
ik heb zoveel
niet gezien, niet ervaren
een hele wereld
al keek ik mijn ogen uit
al gaf ik gehoor aan de roep
dat de wereld aan mijn voeten ligt
en zelfs al deed ik verantwoord
de wereld aan en reisde ik aldus

op mijn sterfbed, met mijn laatste
ademtochten heb ik niet meer
dan één plek en met wat naasten
zeg ik gedag
en laat de wereld
en wie al niet.

Wie niet weg is, is gezien

De zee is nooit ver
des te meer niet
als je met de lichtsnelheid
– al is het in gedachten –
naar de kust gaat
waar de horizon bestaat
uit water en lucht
waar je nietig staat
waar de branding stuk slaat
waar in de wolkenloze nacht
eens te meer
waar klein en groot
tot niets verbleken
in dat al.

Onzinnig

Lopen we op onze laatste benen?
Kleinkinderen die moeten vluchten
vanwege klimaat. Misschien dat Groenland
nog wel z’n naam waarmaakt?
De zoute zee die binnendringt
ten minste waar rivieren nauwelijks
meer kunnen uitmonden?
Kleinkinderen die en masse het loodje
leggen? En een gemiddelde
levensspanne van zeg 40, 50 jaar?
Nog genoeg tijd van leven
om ons voort te planten
op resterende plekken
onder het juk van de sterksten?

Acht miljard, tien miljard of elf
miljard mensen die consumeren
voor tig keer zoveel als een eeuw of wat
geleden. Het kan niet op
behalve dat het wel kan

Gehavend zal de aarde wel doordraaien
Toch jammer wij mensen het moois verpesten
dat we óók creëren. En alleen aan ons
is het om zwarte bladzijden op te tekenen

Om van figuurlijk klimaat niet te spreken

[ Wat zou AI ervan zeggen? ]

Dubbel

Het was me
een tijdje wel, terwijl
ik tegelijk ook wel weg
wilde zijn, al verheugde
mijn hart zich en kromp
ineen van nee en zette uit
van ja, door het teveel
dat tegelijk te weinig was

Dat seizoen

Het blad viel, een vlinder
voor even in mijn ogen
en even verder raakt mijn blik
de late bloem en vliegt de vlinder op
voor de kou aan
in het al langere zonlicht
van allengs kortere duur
en ik heb geen idee meer:
ben ik nu een vlinder of een blad?

Misschien, als ik jou kus
maakt het allemaal niet uit.

Schuimmarcheerders

Voorbij het helmgras
lopen we over het strand
misschien wel vol scherpe schelpen
naar de branding, niet blootvoets
waar de zee uitvloeit
op dat met water verzadigd zand
– en kan ons het schelen –
trekken we uit wat ons nog rest
en laven ons.

Aanspraak

Zeg vlinder, broeder
Wat zit je daar toch?
Wat loop je daar
onopvallend
met opgevouwen vleugels?
Zoveel tijd is ons
nou ook weer niet gegeven
Waarom houd je
al die kleuren die je hebt
verborgen? Ben je soms gebroken?