Ben jij de golf
ben ik het deeltje
Samen van een dimensie
waar geen woorden voor zijn

Ben jij de golf
ben ik het deeltje
Samen van een dimensie
waar geen woorden voor zijn

Het was weer de eerste keer
dat de zomer deze lenteavond
mij aandeed
De wind was gaan liggen
en in de schemering fietste ik
met korte mouwen door
stilteplekken en eilanden van koude
lucht en warme lucht
en streek langs de haren op mijn armen.
Langs de zee
zij het niet de kust
van het vasteland
Een eeuwigheid geleden, een twaalftal
jaar en het strand
is niet meer wat het was, het zand
weg gewaaid, weg gespoeld
of bedekt en misschien wortelt er wel helmgras
Is het tijd dan nu
nog een keer de branding te horen
ruisen en te laten uitvloeien
in mijn zicht, voor mijn voeten
alleen op de wereld?

Het ene moment zus
het andere zo
Zo geef je elkaar een kus
en dan is het van ho
Want al rijmt het op het eerste gezicht
nakend draait het soms om als de weerlicht.
Een teug
een slok of wat
of een kus
enzovoort
die je naar adem doen happen
even je gewild weten
en veilig als nooit
even los gezongen van de tijd
en buitensporig lief en leed gedeeld
geboren te worden in elkaars armen
punt
‘Waar ga je heen?’
dacht ik eigenlijk nog nooit
zo bij mezelf en op dat
‘Wat wil ik?’, al dan niet ‘nou eigenlijk’
had ik in feite niet meer dan van die
dooddoenerantwoorden
zoals afstuderen over een jaar of wat
een vakantie over een paar maand
naar de overkant van Friesland fietsen
opstaan, naar m’n werk en naar bed
en uit de weg gaan van nabijheid
al klopt het hart, mijn hart, nog zozeer
al maak ik echt wel degelijk contact
al raak ik een ander en mezelf
als het maar niet van mij komt
als het maar niet is voor misschien wel lange duur
als het maar niet is dat ik weer alleen en achter
blijf ten ene male en warmte in kou verkeert.
Geleidelijk laat het lijf het afweten
– en soms zomaar met een klap of wat –
en ook de geest
is al niet meer wat het geweest is
en zal er niet meer zijn
op een gegeven moment
een onwelkom geschenk
dat je liever nooit uitpakt
maar zo ja, dan niet alleen
liever niet alleen.
Eén moment svp
en ik houd u niet langer
in spanning
en dat is ’t dan
al ben ik geen deelgenoot
in levende lijve
zij het dan ook weer niet de adem benomen
Die geprezen leegheid:
volgens mij is daar ook niets aan.
De verwarming bleef uit vandaag
dankzij de zon en de ligging
op het zuiden en de raampartijen
De lente breekt weer aan
en straks ook vast de zomer
Mijn hart klopt
al is het niet raak
noch er op los
waar het bij blijft, vooralsnog.