In gedachten loop ik laat
Laat ik de voorbije dag niet
de revue passeren en zie ik
de nacht in het verschiet
met wolken, maan en wat
dies meer zij, misschien
droom ik al bij gebrek aan beter
en steel ik een kus
die toch al vrijmoedig werd gegeven
als ik mijn hoofd te ruste leg
in het donker, in het donker
waar de onrust zich roert
al sluit ik er mijn ogen voor de ochtendstond.
Attractie
Pierlala doet
de straten aan en de pleinen
met carnaval en kermis
Die hossen
en zich te buiten gaan
buiten alledag
daar danst hij mee
met valse noten op zijn zang
een duwtje hier, een tikje daar
de wereld is zijn leven
Het leven: hij er nooit mee klaar.
Over lijden
Je zal maar
zo ver gevorderd zijn
op de ladder des levens
dat alles bijkans in de verte ligt
en in het verschiet
alleen de volgende sporten naar de hemel
verondersteld, verwacht
of uitzicht loos.
[ nav. het overlijden van Dries Van Agt en zijn vrouw ]
Kort dag
Opa sjouwde nog met kolen
voor de warmte in huis
Zijn oma werkte misschien ook wel
tien of twaalf uur per dag
ook als ze zwanger was
En haar grootmoeder en die dan weer
van haar, daar is het gissen
of ze wel dertig, veertig werden
al dronken ze licht bier als water
vertrouwd met poep en pis en zweet
om niet te spreken van goden, geesten
en wat dies meer zij, eeuwen lang
Zoveel, nee, zo weinig, levens terug
leefden mijn voorzaten
met net wat meer dan apen.
Heitje voor een wijsheidje
De baard, mijn baard
al is ie kort van stof
kijkt me in de spiegel aan
elke ochtend en spreekt
in grijs en wit van jaren
van voorbije tijd
en hoeveel er niet nog zijn te gaan
Gedistingeerd, dat kun je zeggen
of hoe het afkleedt met gezag
maar vooruitlopend op de rimpels
en de stramheid van de ouderdom
blijft het de vraag of ’t genoegen doet
al blijft ie groeien, zij het wit, zij het grijs
alsnog een teken van leven
terwijl ik al kaler wordt
brengt het mij ergens en van de wijs.
Vroem
Op weg zijn we
Op weg en nog lang niet op
de goede plek
de bestemming hebben we
wel in ons hoofd
maar we zien noodweer in de verte
een lawine die de weg blokkeert
Nou hebben we een rempedaal
Nou kunnen we die wel indrukken
en een andere weg inslaan
Maar ja, op deze snelweg
moet je ten minste honderd
en bovendien mag je niet keren
zo zeggen de borden voor je kop
Dus rijden we maar door
en zal de weg doodlopen
maar hebben we ons wel gehouden
aan de regels
Vroem.

Groene kerst
Dan branden we maar
een witte kaars of wat
De winter is een kat
in de zak met misbaar
In de vrede zit de klad
al voor het zoveelste jaar
Grove woorden, alles waar
Groter, grootst is het je-dat
Zoeken we ons welbevinden
in genoegen naar ons hart
om gebroken gemoed te binden
om zacht te maken wat is verstard
door wat de jaren inden
Leef licht! Leef op! Zo zingt de bard.

Geboerd
Weet je nog
dat je woorden spuide
bij de vleet zelfs
met een woordenschat
van hier tot ginder?
Weet je nog
dat je er nooit om verlegen zat
aan één woord genoeg had
om een verhaal op te dissen
met kop en ook nog met staart?
En je wist verhaal te halen ook
En het legde je geen windeieren
En dat dat je nu van pas komt
nu je met je mond vol tanden staat
al neemt de verzorger je die uit
voor de nacht.
Bezegeling
Het hart klopt maar
door, vooralsnog
en zolang laat ook het denken
het niet afweten
al kleunt het nog zo vreselijk mis
bij tijd en wijle
al leeft het op het laatst
op de sporen van verleden tijd
Ondertussen
is een kus nooit weg
van wie je vertrouwt.
Kletsnat
Met korte mauwen ging ik
– het was 4 augustus in de zomer –
in Holland op de fiets
een goed kwartier was het
naar m’n werk
waarvan bijna een minuut
in de regen, overvallen
door de zoveelste bui
nog net niet doorweekt
nog net droog ondergoed
– niet zeikenat –
een avontuur op maat.

