De nacht dient zich aan
of ik doe deur open
en nog één
om van het donker te proeven
de wind, het vocht, een ongeziene maan
Het is wel een heel eind weg
te gaan; het knettert halverwege.
–
De nacht dient zich aan
of ik doe deur open
en nog één
om van het donker te proeven
de wind, het vocht, een ongeziene maan
Het is wel een heel eind weg
te gaan; het knettert halverwege.
–
Opborrelende woorden, wreed
verstoord door het belletje van de oven
en de liefde, de liefde
die door de maag gaat, laat
het toch afweten bij de hitte
die gloeit en doet smelten.
–
En daar wordt het zand, daar
aan de noordkant, neer gelegd
en daar slik, dat samen klit
terwijl de zon onovertroffen
aan beide kanten onder gaat
terwijl de vloed aan beide kanten
zijn sporen trekt, aan beide kanten
de golven golven
en daartussenin het eiland ligt.
–
Dag in, dag uit adem ik haar:
de lucht. Welke kleur dan ook
hoe getekend
door hoeveel monden ook gevoed
door hoeveel leven ook ververst
smaakt ze nergens naar
al laat ze me proeven van het leven.
–
Nee, ik laat niet af
maar los gaan?
Nog weet ik mij gebonden
door schakels van angst
al vlieg ik, al vlieg ik
soms hoog en ver
in gedachten, soms
in dromen en soms
weet ik mij vrij van de boeien
die er toch al niet waren.
–
Handen verlangen warm
naar jouw vingers, handpalmen
om los te laten om
terwijl onze monden elkaar vinden
te verkennen wat onze lijven nog niet weten.
–
Bij het ontwaken laat
de voorbije dag, het donker, zijn sporen na
maar naast jou
verbleekt het midden van de nacht
naast jou
ben ik meer dan alleen
maar op mezelf, meer dan
wat staat
tussen het begin en einde van een zin.
–
De stemmen van ver klinken dichtbij
maar dichterbij is zij die spreekt
tot mijn hart, mijn hart ontsluit
en me al laat dromen voor de nacht.
–
Al was ik een druppel in de rivier
stond jij aan de bron
dan kwam ik naar je toe
om je dorst te lessen.
Was ik een veer op de grond
en vloog jij over
ik nestelde me in je kleed
en droeg je voorbij de einder
hoe moe je ook was.
–
De wind waait van over zee
Haar stem
De wolken brengen regen
Haar warmte
De zon verlicht de paden
Haar stappen
Weg. Ik doe het ermee.
–