Waddeneiland

En daar wordt het zand, daar
aan de noordkant, neer gelegd
en daar slik, dat samen klit
terwijl de zon onovertroffen
aan beide kanten onder gaat
terwijl de vloed aan beide kanten
zijn sporen trekt, aan beide kanten
de golven golven

en daartussenin het eiland ligt.

–

 
 
 

Kringlooope

Dag in, dag uit adem ik haar:
de lucht. Welke kleur dan ook
hoe getekend
door hoeveel monden ook gevoed
door hoeveel leven ook ververst
smaakt ze nergens naar
al laat ze me proeven van het leven.

–

 
 
 

Vrij

Nee, ik laat niet af
maar los gaan?
Nog weet ik mij gebonden
door schakels van angst
al vlieg ik, al vlieg ik
soms hoog en ver

in gedachten, soms
in dromen en soms
weet ik mij vrij van de boeien
die er toch al niet waren.

–

 
 
 

Op de tast

Handen verlangen warm
naar jouw vingers, handpalmen
om los te laten om
terwijl onze monden elkaar vinden
te verkennen wat onze lijven nog niet weten.

–

 
 
 

Oogwenk

Bij het ontwaken laat
de voorbije dag, het donker, zijn sporen na
maar naast jou
verbleekt het midden van de nacht

naast jou
ben ik meer dan alleen
maar op mezelf, meer dan
wat staat
tussen het begin en einde van een zin.

–

 
 
 

Zijdezacht

De stemmen van ver klinken dichtbij
maar dichterbij is zij die spreekt
tot mijn hart, mijn hart ontsluit
en me al laat dromen voor de nacht.

–

 
 
 

Wegwijs

Al was ik een druppel in de rivier
stond jij aan de bron
dan kwam ik naar je toe
om je dorst te lessen.

Was ik een veer op de grond
en vloog jij over
ik nestelde me in je kleed
en droeg je voorbij de einder
hoe moe je ook was.

–

 
 
 

Doorgang

De wind waait van over zee
Haar stem
De wolken brengen regen
Haar warmte
De zon verlicht de paden
Haar stappen

Weg. Ik doe het ermee.

–

 
 
 

Nacht terzijde

Je adem laten gaan, los
gelaten, niet alleen, lig je
in het donker en warm
is de huid van wie je lief is
lichaam, hart, houvast
met gesloten ogen de nacht
buiten gesloten, een kus
een zoen, sleutel tot ontwaken
ochtend met een glimlach
onontgonnen dageraad.

–

 
 
 

Stilleven

Zie die zich nergens iets van aantrekken grazen
en herkauwen
dat het hun een lieve lust is
alsof er niets meer is
en ongedacht hoe de wind
waaide en met vlagen
om te schuilen.

–