Nacht terzijde

Je adem laten gaan, los
gelaten, niet alleen, lig je
in het donker en warm
is de huid van wie je lief is
lichaam, hart, houvast
met gesloten ogen de nacht
buiten gesloten, een kus
een zoen, sleutel tot ontwaken
ochtend met een glimlach
onontgonnen dageraad.

 
 
 

Stilleven

Zie die zich nergens iets van aantrekken grazen
en herkauwen
dat het hun een lieve lust is
alsof er niets meer is
en ongedacht hoe de wind
waaide en met vlagen
om te schuilen.

 
 
 

Kommernis

en dan resoneert
wat geen naam mag hebben
wat zich niet in woorden laat vangen
wat van vreugde vervult
met een angst even zo groot

Mooi dat het de weegschaal voorbij gaat
de mitsen en maren op een zijspoor
zet en dan zien we wel

hoe de golven aanspoelen
hoe de branding breekt
hoe het zand danst

de meeuw ziet het allemaal
terwijl de zon, terwijl de maan
en je kunt je altijd laten deinen.

 
 
 

Mettertijd

Voor een moment
of wat
dacht ik dat ik weg was
dat de zon scheen voor iedereen
buiten mij
dat de wind verkoeling bracht
terwijl ik binnen
dat het blauw van de lucht
te ruim
en dat de winter inviel zonder de herfst.

 
 
 

Mount Everest en zo

Met moeite bedwongen zij
die grenzelozen van weleer
de hoogste bergtoppen die de aarde rijk is
Maar de diepzee
daar laten we verstek gaan
Daar gaan we
met hulpmiddelen.
Daar gaan we.

 
 
 

Na de film

Windstil, geen geluid, bijna
en de pijn van samen niet
opfietsen door het donker, bijna
langs de rand van de stad het suizen
van de banden over verlaten straten, paden, bijna
geen mens die je tegenkomt, passeert
op enkele voetgangers na, een brommer, pizzakoerier
eenden die in het water plonzen en een lantaarnpaal
die flikkert, het tikken van de fietsketting
en je eigen zachte ademhaling
en het gemis in het donker.

 
 
 

Nazomer

De madelieventijd is weer passe
en ook paardenbloemen zie ik niet meer
Kikkers kwaken ook al niet, vleermuizen
die wel, vliegen nog uit
(een kwestie van eten)

Nog even, dan moeten we het zelf weer doen
warmte maken en licht.

 
 
 

Punt uit

Een leger aan woorden
staat klaar om te marcheren naar oorden
waar zeker de helft toch zeker sneuvelt
en de rest in het geweer komt
om gehoord te woorden, vruchtbare
bodem te vinden en nazaten
voortbrengen en al dan niet
op één lijn verkeren.

 
 
 

Horizon

Hand in hand
op het strand
zakken we weer
uit het zicht
van die knoepert
van een zon
de zoveelste dag
die er op zit
en hij blijft maar stralen.

 
 
 

Teweer gesteld

De wijn in mijn glas is donker
zwart op de roze-rode rand na
en lichtjes
hoogstens in mijn dromen.

Ondertussen valt de wereld binnen
zonder onderscheid
tussen alle kleuren van gebroken licht
via de beeldschermen.