Oeverloos

Aan de oever van een rivier
als de zon bloedheet schijnt
en de wind het laat afweten
dan wil het ook soms stromen
in de schaduw van de wilgen.

 
 
 

Zo gestemd

Temidden van plastic vergeven oceanen, die al zuurder
en waarvan de spiegels rijzen
maken we ons terecht wel druk
om geweld, dat zinloos of niet, gericht of ongericht
tegen de Jan-met-de-pet van god mag weten waar overal

Een drukte, een strijd die mogelijk verbleekt
binnen 100 jaar of wat, maar wellicht hoop je
dan niet meer te leven. 

En natuurlijk kan een flinke vulkaan 
ook nog altijd roet in het eten gooien
of een komeet en heel heel misschien 
nog intelligent buitenaards leven
dat zo vredelievend niet is; maar persoonlijk
denk ik eerder aan resistente verwekkers van ziekte.


 
 
 

Afronding

Het is midden
in de nacht dat de tijd er niet toe doet
dat de tijd zich niet omschrijven laat
dat je alleen bent en ongestoord
op jezelf je de wereld tegemoet
dat de ander van veraf dichtbij staat
regenboog in het donker.

 
 
 

Keerzijdes

En dan heb je het geroezemoes
van de zomer in een buitenwijk:
een autoradio of die beat uit tuin of balkon
de schelle stemmen van wat meiden
een brommer die voorbij scheurt
straks nog wat vuurwerk of een luchtpistool
en kikkers die zich niet laten horen.

 
 
 

Inhaalslag

en toen de nacht was ingetreden
de gedachten nog geen halt hielden
scheurde ik voorbij
alle kruisingen, de lichten
hun kleuren, rood of groen
konden mij niet deren, ter
linkerzijde en ik was blij.

 
 
 

Verloren

En dan mis je dat onvoorwaardelijk vertrouwen zo
dat je een kattenvrouwtje wordt
of een mannetje verslaafd aan hoeren
– zo kun je jezelf altijd nog zo voor de gek houden.

 
 
 

Te kijk

Niet van het slag
dat je in één oogopslag
monstert. Meer dan één
kant is mij gegeven; ik
haal er maar de helft uit
de rest gaat buiten mij om.