Het weerkaatsend wit

Zo kreeg ik vandaag toch wat mee
van de wind en van de zon
met lange mouwen
zag ik weer voor het eerst de ijscoboer
in het plantsoen waar zij vertoefden
met blote armen en blote benen
begin mei, nog voor bevrijdingsdag aan.

 
 
 

Even tussendoor

Gewoel in de winkel, zo’n super
waar ze aan de kassa stuk voor stuk
allemaal ons allen zonnig begroeten
een bonus op zo’n grijze dag
aan de overdekte winkelgoot.

 
 
 

Oeverleven

Aan de oever van een vijver
in de halfschaduw onder het bladerdak
waar het zonlicht speelt, het maanlicht
haar voeten kust, zit ik
aan de overkant

Als het stil is vliegen onze woorden
over het watervlak. Soms zingen vogels
plonzen kikkers in het water, alert
op elke beweging.

 
 
 

Heus lente

Zonder handschoenen, zonder jas
zelfs met tegenwind op mijn dooie gemak
in zelf bedachte stilte door de stad
Ook zonder foto is het waar
(Maar wel met lange mouwen
en ook was het nog geen rokjesdag)

 
 
 

Offday

Met het glas in de hand
rood en vol vervlogen warmte
zie ik de schaduw geworpen
door een zon die zich onttrekt
aan mijn blik. Ik had
de tijd. De tijd was aan mij
maar niet het leven.

 
 
 

Niet jaloers

In mijn blikveld kwam een luchtballon
Het was de avond
voordat de lente zou beginnen
Ik zag de mand, maar niet de mensen
vanuit de trein. Zij misten
mijn perspectief en moesten wel dalen.

 
 
 

Terug naar de jaren 80

Wat zeggen we als de lucht blauw is
en ergens daar uit ons gezichtsveld
opeens de temperatuur in een seconde
stijgt tot een graad of duizend
en een krater slaat in de grond
en in het hart van naasten?
De wereld te klein te groot.

 
 
 

Gestrand

Geprevelde woorden spoelen aan, blijven
achter in de slotgracht van het zandkasteel
dat we samen bouwden. Een eeuwigheid
zal het niet duren. We hebben nog
onze vormen om opnieuw te bouwen
wat uitzicht biedt op ons eigen eb en vloed.

 
 
 

Met welk eten werd ik groot?

Er zaten piepers bij en later gierst
Ook zeewier en het vocht van yoghurtplantjes
kwamen voorbij en prikkelden mijn papillen
Over rabarber en gekookte lof wil ik het niet hebben
ook niet, juist niet in rolletjes met ham en kaas

Pannenkoeken waren uit de kunst
en wentelteefjes
Preitaart. Fruit was nooit een sterk punt.
O ja, niet vergeten:
sperciebonen met tomaat en kaas
en rijst met tutti frutti en noten
en vaak kwam iets van een sojaprodukt op tafel
later, toen mijn pa ook groente verbouwde
op biologisch dynamische wijze met stinkende
brandnetelgier
Zijn tuinbonen hoefden geen van ons

Toch was er altijd wel soms patat
waarvan de oorlogsvariant zich pas aandiende
toen ik eenmaal zelf kookte
uit het schriftje van mijn moeder.