Voor de wind maakt het niet uit
of het licht is of het donker is
en ook mijn hart blijft kloppen
maar buiten houdt al het dagleven
zich eens temeer schuil
en doet zich geen geweld aan.
Voor de wind maakt het niet uit
of het licht is of het donker is
en ook mijn hart blijft kloppen
maar buiten houdt al het dagleven
zich eens temeer schuil
en doet zich geen geweld aan.
Aan de overkant van de nacht
wacht de ongewisheid van later
terwijl ik nu wegdroom
bij de gedachte hoe
het had kunnen zijn
Een droom, dat is zeker.
Binnen. De wind buiten
om het huis houdt me gezelschap
onzichtbaar, ontastbaar, door de kruinen
van de bomen in de nacht
de stilte en de leegte naast me
zijn niet onverwacht, alleen
weet ik toch wel menigeen
die mij nog wel even zou gedenken.
De bodem van de zee, ik ken die
slechts van vlakbij de kust
maar ik hoorde de schelpen fluisteren
kus ik het ongeziene, de diepte
mag roepen wat zij wil
ik laat me op haar drijven
aan het oppervlak wissel ik
een kus uit en meer
voordat zij, de meermin, onder duikt
en we verbonden blijven door gemis.
In het geluid gaan geen doorns schuil
als de stilte mij aanvliegt, de rozen
ontbreken, ook al ruik ik hun geur
dwarrelen hun blaadjes door
mijn gedachten onophoudelijk
deel ik de lege plek naast mij
heb ik het warm zat.
De voordeur open, overvallen
door de geur van een voorbije zomerbui
de geur van vers uitgereden mest uit de verte
een blauwe lucht, de milde warmte
van zomaar een zomerse ochtend.
–
Verbeeld me de zon
een regenboog, donkere lucht, licht-
vlekken in de kamer op het kleed
vanachter mijn oogleden
gevloerd
de muzieknoten dansen door de stilte.
Hoe de wind door de bomen ruist
in de zomer met volle bladerkronen
eerst de één volop de takken wiegend
om het aan de volgende door te geven
om in stilte te verzinken
aan de uiteinden kleurt nieuw blad
een piloot in een propellervliegtuig
gaat boven mij aan mij voorbij.
–
Mijn vingerafdrukken, mijn ogen
ze stellen niet veel voor
je kunt er op wachten dat ze verdwijnen
voor zover ze al aanwezig zijn
voor zover ze al worden gezien
vooralsnog klopt mijn hart gestaag
vooralsnog zit ik in een web
min of meer met lotgenoten.
–
Zo vroeg draagt één geluid nog ver
verder door de stilte
zoveel verder weg ben jij
mijn denken blijft geluidloos
niet bij machte
het leven speelt zich in stilte af
een verloren gewonnen moment
ik zag geen enkele ster
vallen ook niet
ik keer mij naar mijn dromen om.