Onverzettelijk groen

Grashalmen buigen niet onder hun eigen gewicht
noch leggen ze het loodje vertrapt en wel
mijn gewicht laat hen onverschillig
waarheen ik ook mijn voetsporen richt
al zou ik liever, soms toch, vliegen.

 
 
 

Andermaal

Amper één blaadje beweegt
tegen een achtegrond waar
het rommelt in de verte
bliksemschichten zich laten raden
druppels op de ramen, alleen
heb ik het warm, hoor
geen enkele vogel en de poes
rust op mijn schoot, zij
op de tv praat, in gedachten
ben ik elders.

 
 
 

Onderdompeling

Boven mij de lucht, windstil onderhand,
van wit tot licht grijsblauw
het rood van de bloemen langs de weg
licht niet meer op

ruik ik de geur van zonnebrandcreme
gebronsde huid gloeit na
een avond ligt nog in het verschiet
bijna te veel van het goede.

–

 

 
 
 

Allengs allenig beleven

De wind nog in de boomkruinen
de kleuren buiten vervagen
alleen het blauw van de lucht
houdt nog even aan
ik laat het licht binnen uit
ik laat het donker langzaam binnen
tot alleen de tonen mijn zinnen verdoven.

–

 
 
 

Zomernachtelijke uren

Zwoel is niet misplaatst en ook het zweet
mag de huid verkoelen onder de ventilator
gelegen op verkreukelde lakens
de poes kijkt om de hoek
en wij kijken naar elkaar
dat het een lieve lust is.

 
 
 

Bloed

Twee muggen dansten best wel stijl
ademloos keek ik toe
hield me stil, zei bah, noch boe
wilde allengs onder zeil

ademende toch, er zat niets anders op
de rest van de nacht verloor ik een kop.

 
 
 

Snapshot

Snaren onder spanning
een snaar beroerd
vingers die tokkelen
in vervoering mee gevoerd
over digitale wegen
om woorden niet verlegen
de wereld om de hoek loert.

–

 
 
 

Koffie en zo meer

Een tafel vol troep
Gedeprimeerd, vooreerst ik
dan om koffie roep

Die eenmaal gezet
zij badend in het zonlicht
de bakens verzet

Het gepruttel stopt
samen wederom in bed
dan alles weer klopt.

–