Nog wat leven
dan het tijdelijke niets
door dromen verluchtigd
die bezwijken aan hun ijlheid
als de geest weer om zich heen slaat.
Nog wat leven
dan het tijdelijke niets
door dromen verluchtigd
die bezwijken aan hun ijlheid
als de geest weer om zich heen slaat.
Engelengeduld
soms, maar hij was niet steeds met
het leven verguld.
–
Negen maanden groeit
een nieuw mens, zij tot moeder
levenslang geboeid.
–
De schaduw rondom
een kei, licht schittert, kiezels
komen nooit weerom
zolang water bijt
in harde rots, een berg neemt
langdurig afscheid.
–
Het water stroomt, de schaduw
blijft veranderlijk op z’n plaats
dansend met de schitteringen
kiezels kijken toe
laten het glad afweten
meegevoerd stroomafwaarts
zolang het water bijt in rotsige bodem.
–
Hier alvast een doekje
voor het bloeden
het wegvegen van tranen
een omhelzing en een kus
voor het geval het noodlot
je bijschrijft in zijn boekje.
–
Aan mijn voeten ligt het water
waar de zon een baantje trekt
in mijn oog springt
een vlammend pad
van mij naar jou
blijf ik betoverd
tot de kou me te veel wordt
ik mijn weg zoek bij maanlicht.
Zo’n dag, ook
als de zon niet had geschenen
met alle regen en het hartzeer
was ik niet in het niet verdwenen
evenmin als een bloem
zijn kleur verliest in het donker
als de nacht het leven draagt in stilte
als de ochtend zich laat raden
Dromen worden niet uitgedeeld
in het leven van alledag
komen en gaan ze in de nacht
komt het soms gelegen overdag
overrompeld te worden: leven
als in een droom.
–