Engelachtig, soort van

Als ik op geen woord meer kan komen
mijn gedachten plaats maken voor dromen
laat het dan zijn als ik jou in de ogen kijk
dan weet ik mij een koning te rijk
met het leven, jouw wezen en zijn
maken het inslapen dubbel zo fijn.

 
 
 

Part en deel

Een part oranje tussen rode lippen
Ik kus je en zwelg
Deze appel is niet zondig
Ik pers hem uit
Al het sap op je huid
Mijn tong likt de druppels
Tot ik niets anders meer proef dan jou
Tot we weg zijn van elkaar.

 
 
 

Rietzang

Het riet staat daar nog maar dor
de jonge scheuten op zich laten wachten
waar de bomen al in knop
en bloemen bloeien op het droge

herinner ik mij hoe lang nog
hun groen me deed denken aan de zomer
waar ik mijn onschuld verloor

verlang ik nu
mij nog dieper in de nesten te steken
van het leven te proeven
wat het leven vermag.

 
 
 

Zondag

De zon zou ik wel willen inruilen
om in je ogen te zien, je lijf
blindelings te verkennen
in het donker, desnoods
een stralende dag nog meer
luister bij te zetten
midden op het plein te zoenen
of ergens in de luwte
aan elk zicht onttrokken
ons nog meer te laten gaan.

 
 
 

Kinderlijk

Laten we onszelf gaan
in wederzijds verlangen
zelfzuchtig bloot
zo bloot als bloot maar kan zijn
weergaloos en zonder grenzen
is jouw genot ook het mijne, overgave
die ik met heel mijn hart verwelkom.

 
 
 

Gegrond verlangen

Daar leven ze met elkaar verknoopt
eenzaamheid, verbondenheid
middelpunt vliedend rond mijn hart
het verlangen dat er van uitgaat
het weet geen onderscheid te maken
het spreekt van leven en van dood
zoekt het warmte te delen
vrijelijk te ontmoeten in de schoot.

 
 
 

Zo lief, kwetsbaar

De morgenstond is nog zo ver
zo wakker ben ik nog
zo diep in slaap zie ik jou
dat ik er voor wil waken
dat de slaap mij overmant
zo kwetsbaar nu opeens
dat ik me niet durf te laten gaan
ik streel je heel zacht
zo zacht als een gedachte in je droom.

 
 
 

Bloemenallee

Ik liep daar
Zij kwam van de andere kant
De zon kwam nooit
zo gefilterd door
Wij keken en zagen
naakt als nooit tevoor
In de koelte van de schaduw
vonden we warmte
als nooit eerder
Alle bloemen ten spijt
zag ik alleen maar jou
reikte alleen naar jou
ik rook alleen maar jou
De proef op de som
was nog nooit zo oneindig.

 
 
 

Nachtkus

De woorden liggen ergens te wachten
tot ik ze opraap in gedachten
waar dromen opkomen vanachter
de horizon, waar de verbeelding
lacht, vol uit het hart
mijn tong weet te kietelen
waar je wilt
bijt ik zacht, mijn kussen
mijn kussen laten je niet met rust.