Landloper

Mijn woorden, ik fluisterde ze, riep ze
droeg ze je na, dat de zon op je pad
mocht blijven schijnen, en ik
alleen met iets lichtere tred weg
liep ik achterwaarts, achter de horizon
zag ik je verdwijnen en nog steeds. 

 
 
 

In het voorbijgaan

Narcissen onder lantaarnlicht
nog steeds open, toch geel
al was het in mijn verbeelding

de straten nog nat van de mot-
regen die eerder mijn blik verglaasde
de wind die voorbij was

fietste ik langs en voorbij
toen de film was afgelopen
en ik met haar in mijn hoofd zat.

 
 
 

Dag dag

Dit staat mij niet
deze dag van vlees
noch vis
ik zeg het toch
was het maar een kut dag
waaraan je je hart
kunt ophalen
aan openhalen
tot wederzijds genoegen.

 
 
 

Lentesmaak te pakken

Nooit zag ik zoveel van de lente
proefde ik zoveel dat smaakte naar meer
de kleuren, de zon en het incidentele bloot
de bloemen die me doen verlangen
naar hun geur, maar dan in ’t voorbijgaan
van zij die klikken op hun hakken
of gewoon stralen in de zon.

 
 
 

Fata morgana?

Wie is zij, die over rivieren durft te springen
Wie is zij, die weg zeilt naar de horizon
Wie is zij, die zich laat gaan
van de top zo in het diepe
aan een vlieger

Ik reik haar graag van mijn bord
en proef blind van haar
wat ze voorschotelt
maakt mij duizelig van zinnen

Het avondrood verbleekt bij haar ogen
Haar woorden sprankelender dan de sterren
Haar armen weten zozeer te omhelzen
ik verlies er veilig elk houvast.

 
 
 

Bevangen

In jouw armen, in mijn armen
waren we van de wereld
zo in de zevende hemel
zweefden we terug
zonder ophouden in een glijvlucht.

 
 
 

Langszij

Paden langs de duinen, even
buiten het bereik van de zee
of het moet springvloed zijn
of de mens moet het laten
afweten met zijn dagelijkse
gang en dan nog
overspoelt de zee soms zomaar
wat zo vast lijkt te liggen.

 
 
 

Schuilplaats, droomplek

Blootsvoets op het gras
wijn en een plaid, de zon
vogels en geen mieren, geen
beesten die steken of ander ongerief
slechts blote benen, meer
verscholen voor de wereld
die even op mag vliegen
terwijl we vleugels krijgen
onder het onschuldig blauw.

 
 
 

Tig x

Nog te koud voor die zoete bloesem
Maar jou mag ik graag
Doe je me denken aan de lente
Als je verschijnt in vol ornaat
Niet anders dan zoals je leven
je heeft bedacht, met alles
erop en eraan, in beweging
zelfs als je stil staat
klopt de wereld van binnen.

 
 
 

Van de weg

Herkent u op het uur u
Die vollledig de weg kwijt
Met een grijns van hier tot ginder

Die zijn geraakt, maar aan de winnende
hand, hand in hand
door tegenlicht  gaat iedere passant
oogverblind voorbij.