Uitsmijter

Zwijgt met een mondvol gedachten
Je kunt er geen chocola van maken
maar als we elkaar kussen
dan smaakt het o zo zoet

smelten we weg en lossen we op
zomaar in de zevende hemel
zelfs god weet niet wat ‘m overkomt
en Venus ziet groen van jaloezie.

 
 
 

Over gevlogen

Met ruisende, fluitende vleugelslag
vliegen zwanen me voorbij
Ik sluit mijn ogen en hoor nog zoveel meer
De wind koud op mijn voorhoofd
Ik denk een eind weg
met de zon in gedachten.

 
 
 

Voorbode

De zon op het gras scheen
en ik zag je daar al liggen
de haartjes op je huid oplichten
in het strijklicht en rechtop staan
als de wind even over je heen ging

een moment van kippenvel
de warmte zich des te meer deed voelen
en de lente, zover is het nog geeneens.

 
 
 

Morgenstond

Dit gaat, deze tijd van het ontwaken
deze tijd van geopende ogen
het licht binnen komt met mededogen
dit leven vandaan kruipt vanonder het laken

de dag tegemoet met reikhalzend willen
waar de zon zich vergaapt aan het water
droom ik weg, daar kom ik later
blootsvoets naar de wolken, de dorst stillen.

 
 
 

Schemertijd

In de schemer. Maar was het nu
van de ochtend, was het van de avond?

Ik ben de draad verloren, tel
mijn knopen en zwem vrij een eind

weg naar het donker, naar het licht
houd ik het vergezicht voor ogen

de grond die me voor de voeten komt
van geen ophouden weet.

 
 
 

Onverguld

Geen regel of die schiet in het hart tekort

Wanneer er geen woorden voor zijn
zou men zich te buiten gaan, buiten
de gebaande paden, door muren
die gebouwd zijn op drijfzand

Goud gedolven wordt met open handen.

 
 
 

Bij de neus genomen

De kou was niet van de lucht
Voeten als ijsklompen
maar mijn hart klopt warm
en zo zit ik er maar mee
gevangen in tegendraadsheid
waar alleen een eskimo weg mee weet.
Misschien moeten we neuzen.

 
 
 

Knipoog

Als de zon weer opkomt
heb ik slechts jouw geluk voor ogen
Als jij je ogen weer open doet
pas dan schijnt weer de zon
De dag bestaat niet zonder jou
en zonder jouw verschijnen
is het leven stil al draait de wereld door

Daar kan geen koffie tegenop.

 
 
 

Dichtbij

Scheer je langs de rand
de vangrail houd je binnen
de schrik je om het hart slaat

Broos leven, zo los, zo loos
houden we er nog eens zoveel van
zijn we er nog lang niet klaar mee

Kunnen we elkaar de hand geven
met eenzelfde kloppend hart.

 
 
 

Ten dele

Gewoon even, voor een paar minuten
elkaar te omhelzen
elkaars warmte te voelen
elkaar nog vaster vast te houden
in de ogen te kijken
vol verlangen los te laten

aan de rand van de zee
wat de zee vermag
zij is niet weggelegd voor ons.