De zon kijkt door de maan
en ziet zo
al wat voor lichts
al wat voor donkers
wordt uitgespookt na zijn ondergang
door al het leven
bij de gratie van zijn stralen.
De zon kijkt door de maan
en ziet zo
al wat voor lichts
al wat voor donkers
wordt uitgespookt na zijn ondergang
door al het leven
bij de gratie van zijn stralen.
Op de kruising geparkeerd
de glimmende sedan en de fiets
het oude brik van het meisje
op de weg, zo wil het geval
Haar blik verloren staat
ze had zich nog zo opgemaakt
voor een mooie dag
Oom agent vaderlijk met gezag
het driehoeksoverleg leidt
Waar hij nu het klappen van de zweep kent
verschrompelt zij
tot het zigeunermeisje met de traan.
Op de hoek van de kruising
glimmende sedan en jonge meid
met beteuterde ogen en opgemaakt
haar fiets, haar oude brik, op de grond
een oom agent die vaderlijk kijkt
Driehoeksoverleg
waar hij het klappen van de zweep kent
verschrompelt zij tot het zigeunermeisje met de traan.
Er is iemand
die misschien ook bij je is
ook al is die afwezig
Er is niemand
maar je stelt je voor
elkaar vast te houden
en de wereld aan te kunnen.
Het meer wacht stil
Alles wat valt, valt in kringen
Voller, tot aan de rand en meer
Geen houden aan.
Ogen vallen dicht
Bewaart het licht
in het donker van zijn hoofd
waar kortsluiting
de paden verlegt. En dromen
De lente nestelt zich in mijn buik
waar vlinders zich beginnen te roeren
laat ik mij met gerust hart vloeren
zwem ik blindelings in de fuik
Al dat leven van jewelste klinkt
mij als zinnige muziek in de oren
weet ik van achter noch van voren
welk oog het meeste blinkt
laat ik mij maar gaan, op sleeptouw
nemen door deze, gene of mij zelf
dan krijg ik maar af en toe een douw
welk leven ook mijn hart velt
al loopt het giga uit de klauw
dit nu is heden wat er telt.
De stilte en de vogels
ik liep er zomaar tussendoor
een incidentele wandelaar
niet te na gesproken
het land, daar
waar het zich gewonnen geeft.
De lucht trekt dicht en laag
naar de grond, de mist
maakt het land eentonig
als het grijs van de zee, als eertijds
De stilte en daar doorheen geweven
de roep van ganzen, het verdwaalde
geluid van een radio dat zich windt
om mijn hart, mij doet verstommen.
Met lege armen
heb ik buiten mijzelf
niets te geven
heb ik volop ruimte
in mijn armen je te omhelzen
voor twee.