Als jij je ogen toe doet
je ademt in en uit
je buik gestadig op en neer
zie ik je in slaap
span ik een net om je heen
van dromen
waar vlinders niet aan kunnen tippen.
Als jij je ogen toe doet
je ademt in en uit
je buik gestadig op en neer
zie ik je in slaap
span ik een net om je heen
van dromen
waar vlinders niet aan kunnen tippen.
Ik zag vandaag een man
die breekbaar ten tonele
die mij deed denken aan mijzelf
hoeveel anders zou ik
over tig jaar in de spiegel lijken?
Zijn leven is van hem, het mijne
gaat ook niet over rozen.
Door elkaar heen tuimelen
gedachten en gevoelens, de woorden
verlichten, verwoorden even zo veel
facetten van dit innerlijk leven
wat ik met de wereld deel
zelfs tussen de regels blijft
het begrip beperkt, een begrip
waar ten ene male het ik ontglipt
laat staan dat we elkaar in de ogen kijken
laat staan dat we elkaars warmte voelen
blijven we staan aan gene zijde van dit schrijven.
Uiteenlopende wegen
die spoorslags raken
is het einde zoek.
Het einde zoek?
Ik zie het niet zo helder meer
dat weet ik dan weer
wel honing is zoet
en tijd is geld
als je leeft zo welgeteld.
Leeg dat vel, met vol gemoed
laat ik tussen de regels door
maar schrijven, waar mijn hart
van overloopt, ik zei het al
en zo pakt het leven uit, even
goed zo, zo houd ik mijzelf voor
het weten is van ons tweeën.
Daar is dat jochie
en nog kleiner, geen eens een peuter nog
zat ie nog op schoot bij pap
van de ene op de andere dag
uit het zicht en weg, zo helemaal weg
Hij reikt alleen maar met zijn armpjes
kruipt naar de open deur
Is daar mijn paps?
Een hele avond nog voor me ligt
met weet ik wat in het verschiet
Zal ik dit of dat? Ik weet nog niet
wat ik er van zal bakken, ik dicht
het gat tussen nu en wat later komt
elk moeten voor het moment verstomd.
Het is midden
in de nacht dat de tijd er niet toe doet
dat de tijd zich niet omschrijven laat
dat je alleen bent en ongestoord
op jezelf je de wereld tegemoet
dat de ander van veraf dichtbij staat
een regenboog in het donker.
Het donker breidt zich uit, uit
over mijn denken, over mijn hart
laat ik het over mij heen komen
laat het mij verstoppen, toestoppen
in het verborgene ik mijn krachten opdoe
waarmee ik morgen weer toekan
te houden van, te leven zonder ophouden.
Neem me even niet kwalijk
Geldingsdrang is me niet vreemd
Tijden lang was ik ontheemd
Met woorden kom ik waarlijk
tot zover ze dragen. Wat ik vermag
blijkt als ik ten lange leste lach.