Open einde

Het licht breekt door
waar eerder wolken en wind
wegen versluierden
ze nu open liggen tot zover
het oog wil reiken tot
de opschuivende horizon
een einde maakt aan elk vooruitzicht

je met niets anders achterlaat
dan allicht door te gaan
zij het dag of zij het nacht.

 
 
 

Als je je ontkleedt

Als je je ontkleedt
laat je dan niet alleen je kleren vallen
maar ook de maskers van alledag

staan wij naakt dan voor elkaar
geven we elkaar dan van ons zelf
wat we onbeschroomd nu durven delen

vreugde wil ik je beloven
pijnloos durf  ik niet te zeggen
zo zeker is het leven niet

kwetsen, dat is uitgesloten
die zekerheid is je gegeven
als je elkaar open in de ogen ziet.

 
 
 

Opgebloeid

In geen velden of wegen een madelief
al scheelt het niet veel zo blij
ik uit mijn ogen kijk, dat de lente
dwars tegen alle winden in
in mijn hart ontspringt
en je meeneemt naar de tuin
waar je in de bonen bent
waar de vruchtenbomen bloeien
het water je in de mond loopt
met kussen lessen we er onze dorst.

 
 
 

Vanuit de buik

De winterstorm door de straten jaagde
geen blad te bekennen
die waren opgeruimd en netjes

tornde ook ik daar opgeruimd op
tegen de wind in en met de wind mee

die dag nog net niet in het water viel
die dag van opgeblazen nieuws
die dag dat ten minste één toch opgelucht

adem ik uit
en ook weer ingelukkig in.

 
 
 

Handtastelijk

Als mijn handen de jouwe
die van jou de mijne

als je dan streelt
ik van geen ophouden weet

als je me kust
ik laat mijn lippen je beroeren

als je mijn ogen steelt
vind ik blindelings jouw schoot

als je me proeft
jouw huid gloeit mijn zinnen

volgen jouw zinnen
en lopen over in elkaar

tot we niets meer weten
tot het smachten is voltooid.

 
 
 

Op mijn lief

De nacht licht op, de rook
volgt en de geur van zwavel
verplettert mijn zinnen en neemt mij
mee naar onbekende verte waar jij
verblijft en ik zet het volume
nog eens zo hard en ik drink
nog eens zo hard op het nieuwe jaar
en nog eens valt het mij hard
en verheug ik mij even zeer.

 
 
 

Vaste grond verlaten

Door woorden gegrepen, vleugels gekregen
over de drempel, zomaar een sprong
in het diepe, de afgrond in, het blijkt
een hoogvlakte, een vergezicht dat uitzicht
biedt op alweer een nieuwe horizon
de vaste grond zo vast nog niet
dat ik me er door laat binden.

 
 
 

Mijn hart bij jou

Mijn hart is bij jou, twee kamers
vol verlangen stroomt
als vanzelf jouw kant op
stroomt onvermijdelijk en kust
je lippen en dorst naar meer

Als een boom
die zijn kroon uitspreidt
over de vijver waar hij wortelt
in de diepte, in de grond
er zijn genoegen aan beleeft
zolang de zon niet te lang, te zeer
schijnt en het water vlucht
stroomt mijn verlangen
en put uit jou.

 
 
 

Spons

Hoe groot nu is dit kleine hart
dat wacht

als een spons in de woestijn
de kleuren van weleer verschoten
in de herinnering besloten
hoe ’t was eens levend

’t vocht van speeksel
de morgendauw, en spuug je
zwelt het eens te meer
het zweet des aanschijns
drinkt het gaarne en geeft
terug verschoond van hartezeer.

 
 
 

Op 2012

Het is tijd voor wat woorden
zo’n beetje veelzeggend over
de dingen die in het leven boorden
hoe de tijd komt als een rover

die steels alweer een jaar van ’t leven pikte
echter ook zo af en toe zich naar je schikte

die momenten dat alles op z’n plaats viel
ook die vallen te gedenken
vreugde, verdriet, die raken de ziel
die zijn het niet, die ’t leven krenken.